Arbeidsrecht

Rechtbank Limburg · Eerste aanleg - enkelvoudig · Arbeidsrecht

Rechtbank Limburg, 21 december 2018

Zaakgegevens

Op 21 december 2018 heeft de Rechtbank Limburg in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over arbeidsrecht.

Instantie
Rechtbank Limburg
Zittingsplaats
Roermond
Datum uitspraak
21 december 2018
Datum publicatie
21 december 2018
Zaaknummer
7352082 AZ VERZ 18-182
Rechtsgebied
Civiel recht Arbeidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2018:12182
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Arbeidsrecht WWZ.

Procesgang

  1. Rechtbank Limburg · 21 december 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:RBLIM:2018:12182

  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 26 september 2019

    ECLI:NL:GHSHE:2019:3503

    Overig

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 7352082 \ AZ VERZ 18-182

Beschikking van de kantonrechter van 21 december 2018

in de zaak van:

[de vennootschap] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

werkgever,

gemachtigde mr. A.W.J.D. Ray-Engels,

verzoekende partij in het verzoek,

tegen:

[verweerder] ,

wonend [adresgegevens verweerder]

,

werknemer,

gemachtigde mr. R.E. de Vries,
verwerende partij in het verzoek.

Partijen zullen hierna [de vennootschap] en [verweerder] worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het op 16 november 2018 ter griffie ontvangen verzoekschrift

- het verweerschrift

- de mondelinge behandeling d.d. 23 november 2018.

1.2.

Daarna is beschikking bepaald.

2 De feiten

2.1.

[verweerder] , geboren op [geboortedatum] , is op 11 september 2011 bij [de vennootschap] in dienst getreden en vervult thans de functie van allround medewerker productie tegen een loon van € 2.137,75 bruto per maand, exclusief vakantiebijslag en overige emolumenten.

2.2.

[verweerder] is op 27 augustus 2018 op staande voet ontslagen. Bij verzoekschrift (zaaknummer 7301958/AZ/18-170), ingediend op 24 oktober 2018, heeft [verweerder] onder meer verzocht het ontslag op staande voet te vernietigen. Bij beschikking van heden heeft de kantonrechter alle verzoeken afgewezen.

3 Het geschil

3.1.

[de vennootschap] verzoekt voorwaardelijk – namelijk voor het geval het ontslag op staande voet in eerste aanleg geen stand houdt - de tussen haar en [verweerder] bestaande arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van artikel 7:671b lid 1, onderdeel a, in verbinding met artikel 7:669 lid 3, onderdelen e en g Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).

3.2.

[verweerder] heeft verweer gevoerd.

3.3.

Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover van belang, nader worden ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Bij beschikking van heden is in de zaak tussen partijen met zaaknummer 7301958/AZ18-170 geoordeeld dat onder meer het verzoek van [verweerder] om vernietiging van het ontslag op staande voet is afgewezen. Het dienstverband tussen partijen is dan ook door het ontslag op staande voet van 27 augustus 2018 geëindigd.

4.2.

Het onderhavige verzoekschrift is voorwaardelijk ingediend, namelijk voor het geval het ontslag op staande voet in eerste aanleg geen stand houdt. Nu zoals hiervoor is weergegeven de verzoeken van [verweerder] zijn afgewezen en het ontslag op staande voet derhalve in stand is gebleven, is voornoemde voorwaarde niet ingetreden. Het verzoek behoeft daarom geen bespreking en wordt afgewezen.

4.3.

[de vennootschap] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. De kosten aan de zijde van [verweerder] worden tot op heden begroot op € 400,00 als salaris voor de gemachtigde.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

wijst de vordering af,

5.2.

veroordeelt [de vennootschap] in de proceskosten, aan de zijde van [verweerder] tot op heden begroot op € 400,00,

5.3.

verklaart deze beschikking voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

5.4.

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gewezen door mr. G.M.P. Brouns en in het openbaar uitgesproken.

type: PL

coll: