Verbintenissenrecht
Huurovereenkomst woonruimte. Ontbinding en ontruiming. Niet gedragen als goed huurder. Regeling
Rechtbank Limburg, 14 oktober 2026
ECLI:NL:RBLIM:2026:10036 · Rechtbank Limburg · 14 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-limburg/civiel-recht/verbintenissenrecht/bodemzaak/ecli-nl-rblim-2026-10036
Zaakgegevens
Op 14 oktober 2026 heeft de Rechtbank Limburg in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank LimburgRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Maastricht
- Datum uitspraak
- 14 oktober 2026
- Datum publicatie
- 22 september 2026
- Zaaknummer
- 12173190 CV EXPL 26-1840
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBLIM:2026:10036
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Huurovereenkomst woonruimte. Ontbinding en ontruiming. Niet gedragen als goed huurder. Regeling
Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 12173190 CV EXPL 26-1840
Vonnis van 14 oktober 2026
in de zaak van
STICHTING WOONPUNT,
te Maastricht,
eisende partij,
hierna te noemen: Woonpunt,
gemachtigde: mr. H.A.J. van Rens,
tegen
[bewindvoerder] B.V.,
in hoedanigheid van bewindvoerder in het beschermingsbewind van [huurder],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de bewindvoerder q.q. en [huurder] ,
gemachtigde: mr. F.E.L. Teerling.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de akte inbrenging producties van de bewindvoerder q.q.
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 21 augustus 2026.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
[huurder] staat sinds 2016 onder bewind. [huurder] huurt van Woonpunt met ingang van 14 maart 2022 de woning aan het [adres] (hierna: het gehuurde). Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing. Het gehuurde betreft een appartement.
De huurovereenkomst was aanvankelijk van tijdelijke aard en onlosmakelijk verbonden met een begeleidingsovereenkomst (tussen [huurder] en [begeleiding 1] ). De huurovereenkomst is uiteindelijk voor onbepaalde tijd voortgezet. De begeleiding is op enig moment overgenomen door medewerkers van [begeleiding 2] (BTH), dit tot januari 2026. Sedertdien is geen sprake meer van begeleiding.
Op 5 juli 2024 heeft Woonpunt [huurder] bericht over seriematige verduurzaming en de daarvoor noodzakelijke onderzoeken en werkzaamheden in het wooncomplex.
Op 4 juni 2025 heeft in het gehuurde een “warme opname” plaatsgevonden van de kant van de aannemer. In het rapport en aanvullende mail van die zijde zijn opmerkingen gemaakt over de staat van het gehuurde. Er zijn foto’s bijgevoegd van de keuken, slaapkamer/gang en toiletruimte. Op 7 oktober 2025 is nog een foto bijgevoegd van de staat van het balkon. Aangegeven is dat de vervuiling in het gehuurde zodanig is dat er geen werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd. Ook leek [huurder] sterk onder invloed te zijn.
Bij brief van 10 november 2025 heeft Woonpunt [huurder] gesommeerd om medewerking te verlenen aan de verduurzamingswerkzaamheden.
Op 26 november 2025 heeft een huisbezoek plaatsgevonden om te bezien of de aannemer de werkzaamheden per 8 december 2025 kon starten. Hierbij waren naast Woonpunt en de aannemer ook de begeleider van [huurder] aanwezig.
Op 28 november 2025 is in opdracht van Woonpunt een nieuw toilet geplaatst en is de toiletruimte gereinigd.
Op 8 december 2025 zijn de geplande werkzaamheden aangevangen. Op
22 december 2025 is het werk grotendeels afgerond en opgeleverd.
Begin januari 2026 heeft BTH de begeleiding per direct stopgezet nadat begeleiders bij [huurder] op bezoek zijn geweest. Er zou sprake zou van een extreem vieze situatie in het gehuurde, van heroïnegebruik en onvoorspelbaar gedrag aan de zijde van [huurder] . Ook zou sprake zijn van een reële kans op een aan drugs gerelateerd geweldsincident in en om de woning. Hierop heeft de aannemer de werkzaamheden in en om het gehuurde stilgelegd.
Bij brief van 15 januari 2026 heeft Woonpunt [huurder] bericht dat de werkzaamheden die nog stonden gepland, worden uitgesteld omdat de veiligheid niet kan worden gegarandeerd.
Op 24 februari 2026 heeft Woonpunt een buurtonderzoek gehouden.
3 Het geschil
Woonpunt vordert – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde met nevenvorderingen.
Woonpunt legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [huurder] is in zijn verplichtingen als huurder tekortgeschoten, door het gehuurde niet te gebruiken en onderhouden als een goed huurder. Voorts heeft hij niet zijn volledige medewerking verleend aan de renovatiewerkzaamheden. Daarnaast is sprake van ernstige overlast en onveiligheid in en rondom het gehuurde. Deze tekortkomingen rechtvaardigen volgens Woonpunt de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde.
De bewindvoerder q.q. voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4 De beoordeling
De regeling
Woonpunt betwist op de mondelinge behandeling niet dat de situatie in het gehuurde na de dagvaarding aanzienlijk is verbeterd (zoals is op te maken uit de ingebrachte foto’s), zodat dit hier als vaststaand wordt aangenomen. Op de mondelinge behandeling is ook niet aan de orde gekomen dat [huurder] nog altijd geen medewerking zou verlenen, met dien verstande dat de werkzaamheden kennelijk sinds januari 2026 nog altijd stilliggen in afwachting van informatie van de wijkagent. Er is ook niet aan de orde gekomen dat [huurder] recentelijk nog overlast zou hebben veroorzaakt.
Partijen hebben gelet daarop de volgende regeling getroffen:
-
Voor een periode van zes maanden zal Woonpunt eens per maand het gehuurde bezoeken en controleren of het schoon en goed onderhouden is. Woonpunt zal twee dagen daaraan voorafgaand de controle aankondigen.
-
[huurder] dient de werkzaamheden in het kader van de verduurzaming van de woning toe te staan en te gedogen en zal de werkzaamheden die in het blok plaatsvinden ook niet belemmeren.
-
Voor een periode van zes maanden zal [huurder] zich onthouden van overlast waaronder in ieder geval begrepen drugsgerelateerde overlast en geluidsoverlast.
-
Woonpunt vraagt vonnis. Woonpunt zal het eventuele ontruimingsvonnis niet executeren indien [huurder] zich aan de hierboven genoemde voorwaarden onder 1 t/m 3 houdt.
-
De communicatie zal vanaf nu lopen via e-mail met de bewindvoerder.
-
Partijen dragen ieder de eigen proceskosten.
Daarmee ligt nog altijd de vraag voor of een of meer van de (beweerde) tekortkomingen in het verleden ernstig genoeg is om de gevorderde ontbinding met ontruiming te rechtvaardigen. De kantonrechter beantwoordt die vraag bevestigend en overweegt daartoe als volgt.
Niet gedragen als goed huurder
Het uitgangspunt is dat [huurder] zich als goed huurder moet gedragen. Dit betekent dat [huurder] zich moet houden aan zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst, de algemene voorwaarden en de wet. Indien [huurder] deze verplichtingen niet nakomt (een tekortkoming), kan dit reden zijn om de huurovereenkomst te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt.
Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Woonpunt voldoende gesteld en onderbouwd dat over een langere periode, dan wel met regelmaat, sprake is geweest van ernstige vervuiling en verwaarlozing van het gehuurde.
Situatie november 2023
Woonpunt heeft, met een tussentijds verslag in het kader van het Housing Plus-traject, onderbouwd dat het gehuurde in november 2023 rommelig en vervuild was. Dit zelfs in een periode van begeleiding en onder toezicht van hulpverlening. [huurder] wijst erop dat de huurovereenkomst na het aantreffen van die situatie desalniettemin is voortgezet, maar de kantonrechter ziet hierin geen aanknopingspunt om de inhoud van dit verslag niet voor waar aan te nemen. De inhoud ligt ook in lijn met de vanaf juni 2025 aangetroffen situatie.
Situatie juni tot november 2025
[huurder] erkent dat de woning - in ieder geval - van juni tot november 2025 ernstig was vervuild, zodat dit reeds daarom al als vaststaand kan worden aangenomen. De ingebrachte foto’s, die onweersproken zijn, spreken boekdelen. Zo staat het gehuurde vol met spullen en liggen overal vuilniszakken, het toilet is verstopt met uitwerpselen en het balkon ligt vol met hondenuitwerpselen. De vervuiling was zodanig ernstig dat derden hun werkzaamheden daar niet op normale en veilige wijze konden uitvoeren.
Situatie november 2025 tot januari 2026
Woonpunt heeft een verklaring ingebracht van een van haar medewerkers die op
26 november 2025 bij het huisbezoek aanwezig was. Hierin is verklaard dat het toilet en alles daaromheen vol zat met ontlasting, dat er emmers stonden met ontlasting, dat de balkonvloer besmeurd was met een laag ontlasting en dat de geur van ontlasting in de woning te sterk was om er werkzaamheden te verrichten. Oftewel, het toilet en de balkonvloer waren nog altijd onacceptabel. [huurder] heeft in die periode met hulp van zijn begeleiders de woning opgeruimd, waarmee de werkzaamheden op 8 december 2025 konden aanvangen. Daarbij dient te worden aangetekend dat op dat moment, in opdracht van Woonpunt, het toilet was vervangen en de toiletruimte was gepoetst.
Woonpunt heeft met notities van 22 december 2025 en 8 januari 2026 onderbouwd dat door meerdere personen is waargenomen dat het toilet kort nadien weer vervuild begon te geraken. Woonpunt heeft voorts met een notitie van 12 januari 2026 onderbouwd dat twee begeleiders tijdens hun bezoek aan de woning in januari 2026 enorm zijn geschrokken van de staat van de woning. De woning was extreem vies en lag vol met ontlasting en braaksel, volgens [huurder] zelf door het gebruik van heroïne. [huurder] heeft geen aanknopingspunt geboden om aan te nemen dat de inhoud van die notities niet op waarheid zouden berusten. Zo is ook niet door [huurder] betwist dat de aangetroffen situatie de reden is geweest dat de begeleiders pas op de plaats hebben gemaakt. Hij was weer in zijn oude gedrag vervallen. De situatie in het gehuurde is kortom medio december 2025 voor slechts een periode op orde geweest. En dit na hulp.
De kantonrechter gaat bij dit alles voorbij aan de blote stelling dat [huurder] tevergeefs bij Woonpunt heeft geklaagd over een gebrek aan het toilet. Dit blijkt nergens uit. Het toilet kon niet meer worden gepoetst. Een andere reden voor de vervanging is niet geduid. Het vervangen toilet werd ook niet gepoetst.
Overlast en onveilige werk- en leefomgeving
Woonpunt heeft onweersproken gesteld dat de stank van uitwerpselen al in het trappenhuis was waar te nemen. De kantonrechter neemt reeds hiermee al aan dat [huurder] - naar omwonenden toe - aanzienlijke stankoverlast heeft veroorzaakt en ook dit voor langere tijd, ook al is hierover destijds niet geklaagd. Daarbij is ook de veiligheid in het geding. [huurder] vertoont zeer onvoorspelbaar gedrag als gevolg van zijn drugsgebruik. Bewoners hebben aangegeven dat zij zich niet veilig voelen door het gedrag van [huurder] .
Maar daarnaast was sprake van concrete veiligheidszorgen. Woonpunt baseert zich hierbij op directe informatie van de begeleider van [huurder] . [huurder] zou aan deze, en aan een andere begeleider, verteld hebben een ripdeal te hebben gepleegd op zijn dealer. De kantonrechter gaat voorbij aan de blote stelling van [huurder] dat zijn verklaring verkeerd is geïnterpreteerd. Zowel de begeleiders, Woonpunt als de aannemer hebben hieraan immers vergaande conclusies verbonden en ook de politie is volgens Woonpunt hierbij betrokken geweest. De politie heeft geadviseerd het gehuurde niet te betreden. Gezien dit alles is, als gevolg van het gedrag van [huurder] , sprake geweest van concreet veiligheidsrisico in en om het gehuurde gedurende enige tijd.
Conclusie
Met de ernstige vervuiling en verwaarlozing van het gehuurde over een langere periode alsmede het veroorzaken van overlast in en om het gehuurde is [huurder] ernstig tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichting om zich als goed huurder te gedragen. De vraag of [huurder] daarnaast ook voldoende medewerking heeft verleend aan de werkzaamheden, kan in het midden blijven.
[huurder] moet worden toegegeven dat Woonpunt steken heeft laten vallen in die zin dat met [huurder] te weinig is gecommuniceerd. Daar staat tegenover dat aannemelijk is dat [huurder] moeilijk bereik- en benaderbaar was en dat Woonpunt in ieder geval wel veelvuldig contact heeft gehad met de begeleiders van [huurder] . Gesteld noch gebleken is dat de begeleider vervolgens niet een en ander aan [huurder] heeft teruggekoppeld en met [huurder] heeft gecommuniceerd over wat van [huurder] werd verwacht. [huurder] erkent ook dat het hem na het gesprek met zijn begeleider op 6 november 2025 duidelijk was dat van hem verlangd werd dat er flink moest worden opgeruimd en schoongemaakt voordat de werkzaamheden konden plaatsvinden. Woonpunt heeft ook juist van de begeleider vernomen over de vermeende ripdeal. Woonpunt mocht uitgaan van juistheid van de mededeling van de begeleider.
Maar de kantonrechter acht met name van belang dat het [huurder] in redelijkheid
- ook zonder schriftelijke waarschuwing of gedragsaanwijzing - duidelijk had moeten zijn dat de situatie in het gehuurde volstrekt onacceptabel was en overlast veroorzaakt. Dat ADD/ADHD en ASS - in plaats van (ernstige) verslavingsproblematiek - ten grondslag ligt aan de vervuiling, betreft niet meer dan een blote stelling en maakt de beoordeling ook niet anders.
[huurder] heeft toegelicht dat het nu bergopwaarts met hem gaat. Vanaf het stoppen van de begeleiding is hij zelf begonnen met het schoonmaken en het schoonhouden van de woning. Hij heeft nu contact met de buren, hij heeft werk en dagbesteding. Hij wil een poging doen om te stoppen met het heroïnegebruik. Deze omstandigheden maken echter de tekortkomingen uit het verleden die ten grondslag liggen aan de ontbinding niet ongedaan. Daarbij is er geen enkele zekerheid dat [huurder] niet terug zal vallen in zijn oude gedrag, temeer nu hij nog altijd heroïne gebruikt en geen begeleiding meer heeft of wil. Dit gezegd zijnde, heeft Woonpunt [huurder] een kans gegeven om verbetering te laten zien, zoals is opgenomen in de tussen partijen getroffen regeling. Als [huurder] die regeling naleeft, zal Woonpunt hem niet ontruimen.
Slotsom
De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst zal op grond van het voorgaande worden toegewezen. De bewindvoerder q.q. zal, met inachtneming van de regeling, worden veroordeeld het gehuurde te ontruimen op een termijn van veertien dagen na betekening van het vonnis. De kantonrechter is van oordeel dat dit een redelijke termijn is om aan de veroordeling te voldoen.
Partijen zijn in de regeling overeengekomen dat iedere partij de eigen kosten draagt. Daarmee behoeft hier geen oordeel te worden gegeven over de proceskosten.
5 De beslissing
De kantonrechter
ontbindt de tussen Woonpunt en [huurder] bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het [adres] ,
veroordeelt de bewindvoerder q.q. om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Woonpunt zijn, en de sleutels af te geven aan Woonpunt,
verstaat dat Woonpunt de veroordeling onder 5.2. niet ten uitvoer zal leggen zolang [huurder] de regeling die is neergelegd in het proces-verbaal van de mondelinge behandeling, naleeft,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
|
Dit vonnis is gewezen door mr. Quaedackers en in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2026. |
||