Verbintenissenrecht

Huurachterstand woonruimte. Gedaagde heeft de huurachterstand erkend. Partijen hebben een regeling getroffen…

Rechtbank Limburg, 27 mei 2026

Zaakgegevens

Op 27 mei 2026 heeft de Rechtbank Limburg in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Limburg
Zittingsplaats
Roermond
Datum uitspraak
27 mei 2026
Datum publicatie
27 mei 2026
Zaaknummer
12082663 \ CV EXPL 26-415
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2026:5207
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Huurachterstand woonruimte. Gedaagde heeft de huurachterstand erkend. Partijen hebben een regeling getroffen voor de huurachterstand en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 12082663 \ CV EXPL 26-415

Vonnis van 27 mei 2026

in de zaak van

STICHTING EINDHOVEN2STAY INZAKE STAYGROUND,

te Eindhoven,

eisende partij,

hierna te noemen: Eindhoven2stay,

gemachtigde: ACCS Incasso,

tegen

[huurder] ,

te [plaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [huurder] ,

procederend in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding,

- het mondeling antwoord,

- de akte van ACCS Incasso,

- de mondelinge behandeling van 8 mei 2026 waarbij [huurder] via de telefoon van Eindhoven2stay heeft geantwoord.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Eindhoven2stay verhuurt aan [huurder] de woonruimte gelegen aan het [adres] (hierna: het gehuurde).

2.2.

[huurder] heeft op 31 maart 2026 het gehuurde verlaten.

2.3.

[huurder] heeft over de periode vanaf juli 2025 tot en met maart 2026 een huurachterstand laten ontstaan voor een totaalbedrag van € 6.466,95. Na aftrek van een bedrag van € 1.000,00 aan borg en een betaling van € 200,00 resteert nog een bedrag van

€ 5.266,95 aan achterstallige huur.

2.4.

Ondanks diverse sommaties door zowel Eindhoven2stay als haar gemachtigde ACCS heeft [huurder] de huurachterstand niet betaald.

3 Het geschil

3.1.

Eindhoven2stay vordert (na wijziging van eis) - samengevat - veroordeling van [huurder] tot betaling van een bedrag van € 5.613,63, vermeerderd met rente en kosten. Dit bedrag bestaat uit € 5.266,95 aan achterstallige huur, € 85,84 aan rente en € 260,84 aan buitengerechtelijke incassokosten exclusief btw.

3.2.

[huurder] erkent de ontstane huurachterstand.

4 De beoordeling

4.1.

Tijdens de mondeling behandeling van de zaak is de kantonrechter gebleken dat partijen inmiddels een regeling hebben getroffen voor de ontstane huurachterstand. Deze regeling komt op het volgende neer:

- [huurder] betaalt met ingang van 8 juli 2026 aan Eindhoven2stay een bedrag van

€ 200,00 per maand totdat het volledige bedrag van € 5.613,63 plus proceskosten is betaald.

4.2.

Uit hetgeen ter mondelinge behandeling is besproken, begrijpt de kantonrechter dat Eindhoven2stay nakoming van de tussen partijen gesloten betalingsregeling vordert en dat die betalingsregeling zich ook uitstrekt tot de proceskostenveroordeling die in dit vonnis wordt uitgesproken. [huurder] heeft de regeling erkend c.q. daarmee ingestemd.

4.3.

Aangezien [huurder] de huurachterstand heeft erkend en als de in het ongelijk gestelde partij is aan te merken, wordt hij in de proceskosten veroordeeld. De proceskosten van Eindhoven2stay worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

153,77

- griffierecht

€

529,00

- salaris gemachtigde

€

576,00

(2 punten × € 288,00)

- nakosten

€

144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

1.402,77

4.4.

Uit de regeling vloeit voort dat [huurder] geen extra wettelijke rente is verschuldigd zolang hij de betalingsregeling stipt nakomt. Het totale bedrag dat [huurder] moet betalen als hij zich aan de betalingsregeling houdt, is dus € 7.016,40 (€ 5.613,63 plus € 1.402,77).

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

veroordeelt [huurder] om met ingang van 8 juli 2026 aan Eindhoven2stay te betalen een bedrag van € 200,00 per maand totdat het volledige bedrag van € 5.613,63 is betaald,

5.2.

veroordeelt [huurder] in de proceskosten van € 1.402,77, te vermeerderen met de kosten van betekening als [huurder] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

5.3.

staat [huurder] toe om deze bedragen aan Eindhoven2stay te betalen in maandelijkse termijnen van € 200,00 elk, voor het eerst uiterlijk op 8 juli 2026 en vervolgens telkens op uiterlijk de achtste dag van iedere daarop volgende maand;

5.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Dohmen en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2026.