Verbintenissenrecht
Effectenlease. Eisende partij is woonachtig buiten Nederland. Volgens vaste jurisprudentie in…
Rechtbank Limburg, 24 juni 2026
ECLI:NL:RBLIM:2026:5557 · Rechtbank Limburg · 24 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-limburg/civiel-recht/verbintenissenrecht/bodemzaak/ecli-nl-rblim-2026-5557
Zaakgegevens
Op 24 juni 2026 heeft de Rechtbank Limburg in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank LimburgRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Maastricht
- Datum uitspraak
- 24 juni 2026
- Datum publicatie
- 9 juni 2026
- Zaaknummer
- 11964201 CV EXPL 25-4688
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBLIM:2026:5557
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Effectenlease. Eisende partij is woonachtig buiten Nederland. Volgens vaste jurisprudentie in effectenleasezaken vloeit de door de afnemer geleden schade voort uit het schenden van de contractuele zorgplichten door Dexia, zodat er in zoverre geen sprake is van een onrechtmatige daad. Bevoegdheid kantonrechter Maastricht kan niet worden gebaseerd op artikel 102 Rv. Zaak verwezen naar Amsterdam (woonplaats gedaagde).
Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11964201 \ CV EXPL 25-4688
Vonnis van 24 juni 2026
in de zaak van
[de erfgenaam] , te dezen handelende, ten behoeve van de gemeenschap, in hoedanigheid van wettelijke erfgenaam van [erflater] ,
wonende te [woonplaats] , België,
eisende partij in de hoofdzaak,
verwerende partij in de hoofdzaak en in het incident,
gemachtigde: mr. G. van Dijk, Leaseproces,
tegen
de besloten vennootschap DEXIA NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde partij in de hoofdzaak,
eisende partij in de hoofdzaak en in het incident,
gemachtigde: USG Legal Professionals.
Partijen worden hierna [de erfgenaam] en Dexia genoemd.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit: :
-
de dagvaarding van 5 november 2025;
-
de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie, met een incidenteel verzoek;
-
de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie, tevens houdende een antwoord in het incident;
-
de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie;
-
de conclusie van dupliek in reconventie, tevens akte uitlating producties.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De beoordeling in conventie en in reconventie
Rechtsmacht
Nu [de erfgenaam] in het buitenland woonachtig is en de vordering uit dien hoofde een internationaal karakter draagt, dient allereerst de vraag te worden beantwoord of de Nederlandse rechter bevoegd is van de vordering kennis te nemen.
De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend en wel op grond van artikel 4 van de in deze zaak toepasselijke Verordening (EU) nr. 1215/2012 (EEX-Vo 2012), nu de gedaagde, Dexia, woonplaats heeft in Nederland.
Relatieve bevoegdheid
Vervolgens overweegt de kantonrechter dat, nu sprake is van – kort gezegd – een overeenkomst tussen een handelaar en een consument, dat hij op grond van artikel 110 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) ambtshalve dient te beoordelen of hij relatief bevoegd is.
[de erfgenaam] stelt dat de schadebrengende feiten hebben plaatsgevonden in het rechtsgebied van de kantonrechter te Maastricht, zodat de kantonrechter te Maastricht bevoegd is te zaak te behandelen.
Overwogen wordt dat volgens vaste jurisprudentie in effectenleasezaken de door afnemer geleden schade voortvloeit uit het schenden van de contractuele zorgplicht door Dexia, zodat er in zoverre geen sprake is van een onrechtmatige daad en daarmee samenhangende schadebrengende feiten. De bevoegdheid van de kantonrechter te Maastricht kan dus niet worden gebaseerd op artikel 102 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
De kantonrechter is van oordeel dat op grond van artikel 99 Rv de kantonrechter te Amsterdam bevoegd is van het onderhavige geschil kennis te nemen. Dexia is immers gevestigd binnen diens rechtsgebied. De kantonrechter zal zich daarom onbevoegd verklaren van het geschil kennis te nemen en de zaak in de stand waarin deze zich bevindt, verwijzen naar de rechtbank Amsterdam, zittingsplaats Amsterdam.
De kantonrechter wijst partijen erop dat iedere partij het recht heeft de overige partij bij exploot op te roepen tegen een nieuwe roldatum.
3 De beslissing
De kantonrechter:
in conventie en in reconventie
verklaart zich onbevoegd om van de zaak kennis te nemen,
verwijst de zaak, in de stand waarin deze zich bevindt, naar de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam, zittingsplaats Amsterdam,
wijst partijen erop dat iedere partij het recht heeft de andere partij bij exploot op te roepen tegen een nieuwe roldatum.
Dit vonnis is gewezen door mr. Piëtte en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2026.