Verbintenissenrecht

Vordering afgewezen. Geen betalingsverplichting vastgesteld

Rechtbank Limburg, 15 juli 2026

Zaakgegevens

Op 15 juli 2026 heeft de Rechtbank Limburg in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Limburg
Zittingsplaats
Roermond
Datum uitspraak
15 juli 2026
Datum publicatie
7 juli 2026
Zaaknummer
12144303 \ CV EXPL 26-1186
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2026:6623
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vordering afgewezen. Geen betalingsverplichting vastgesteld

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 12144303 \ CV EXPL 26-1186

Vonnis van 15 juli 2026

in de zaak van

ALEKTUM CAPITAL II AG,

te Zug (Zwitserland),

eisende partij,

hierna te noemen: Alektum,

gemachtigde: Van Lith Gerechtsdeurwaarders en Incasso,

tegen

[gedaagde] ,

te [plaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

procederend in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde] heeft in december 2020 online bij Fleurdirect een plant in een pot besteld. Hij heeft ervoor gekozen om achteraf via Klarna te betalen.

2.2.

Er is een verkeerd of ondeugdelijk product geleverd. Dit is door Fleurdirect erkend.

2.3.

[gedaagde] heeft niet aan Klarna betaald. De betaling was (tijdelijk) gepauzeerd.

2.4.

Fleurdirect heeft aan [gedaagde] laten weten dat terugbetaling van een aangepast bedrag via Klarna niet mogelijk was en dat het bedrag rechtstreeks op de rekening van [gedaagde] zou worden terugbetaald.

2.5.

Alektum heeft de vordering van Klarna overgenomen.

3 Het geschil

3.1.

Alektum vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 469,29 (€ 359,95 aan hoofdsom, € 53,99 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 55,35 aan rente), vermeerderd met rente en kosten.

3.2.

[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Alektum..

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

In deze zaak gaat het om de vraag of [gedaagde] de kosten van de bestelling en de bijkomende rente en kosten moet betalen. Dit is niet het geval. De kantonrechter zal dit hierna toelichten.

4.2.

Alektum stelt dat [gedaagde] ervoor heeft gekozen om achteraf te betalen met Klarna. Dit houdt in dat de betalingsverplichting is aangegaan met Klarna en niet met de webshop. Alektum stelt verder dat de webshop het bedrag of een aangepast bedrag heeft terugbetaald aan [gedaagde] , terwijl laatstgenoemde niets heeft betaald aan Klarna.

[gedaagde] betwist echter een bedrag van de webshop te hebben ontvangen. Ook geeft hij aan dat hij al vijf jaar niets meer heeft gehoord over deze kwestie, zodat hij er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat de kwestie was afgehandeld.

4.3.

Het is aan Alektum om onderbouwd te stellen en zo nodig te bewijzen dat zij recht heeft op betaling van de gevorderde hoofdsom. Uit de stukken volgt dat er een ondeugdelijk product is geleverd. In beginsel staat daarmee vast dat er geen betalingsverplichting op [gedaagde] rust. Echter, Alektum stelt dat [gedaagde] al eerder is “terugbetaald” door de webshop zonder dat hij eerst heeft betaald (aan de webshop of Klarna). Als hij niet alsnog hoeft te betalen aan Alektum wordt hij dus ten onrechte bevoordeeld.

Dit verweer dient Alektum te onderbouwen nu het door [gedaagde] wordt bestreden. Dat heeft Alektum echter niet gedaan. Daarom is de vordering van Alektum niet komen vast te staan, zodat de vordering wordt afgewezen. De nevenvorderingen tot betaling van rente en incassokosten delen ditzelfde lot.

4.4.

Alektum is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (reis- en verletkosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op nihil, omdat [gedaagde] geen reis- of verletkosten heeft gemaakt.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

wijst de vorderingen van Alektum af,

5.2.

veroordeelt Alektum in de reis- en verletkosten ad € 0,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. Van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026.