Verbintenissenrecht
Vordering ziektekostenverzekering toegewezen
Rechtbank Limburg, 15 juli 2026
ECLI:NL:RBLIM:2026:6629 · Rechtbank Limburg · 15 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-limburg/civiel-recht/verbintenissenrecht/bodemzaak/ecli-nl-rblim-2026-6629
Zaakgegevens
Op 15 juli 2026 heeft de Rechtbank Limburg in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank LimburgRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Roermond
- Datum uitspraak
- 15 juli 2026
- Datum publicatie
- 7 juli 2026
- Zaaknummer
- 12135709 \ CV EXPL 26-1050
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBLIM:2026:6629
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vordering ziektekostenverzekering toegewezen
Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 12135709 \ CV EXPL 26-1050
Vonnis van 15 juli 2026
in de zaak van
VGZ ZORGVERZEKERAAR N.V.,
te Arnhem,
eisende partij,
hierna te noemen: VGZ,
gemachtigde: Inkassier, Gerechtsdeurwaarders & Incasso,
tegen
[gedaagde] ,
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
[gedaagde] is bij VGZ verzekerd tegen ziektekosten. Er is een achterstand in de betaling van de verschuldigde premies en andere bedragen ontstaan.
Er zijn eerder betalingsregelingen getroffen die niet of niet volledig zijn nagekomen en vervolgens zijn komen te vervallen.
3 Het geschil
VGZ vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 1.338,11 (€ 1.905,00 aan hoofdsom, € 258,71 aan rente en € 59,82 aan buitengerechtelijke kosten, waarop in mindering strekt het betaalde bedrag van € 885,42), vermeerderd met rente en kosten.
[gedaagde] voert verweer. Hij erkent weliswaar de gestelde achterstand, maar geeft aan dat de betalingsregeling is stopgezet omdat hij een betaling van € 15,07 had gemist. [gedaagde] geeft aan te willen betalen maar dat hij daarvoor een nieuwe betalingsregeling wil treffen. Hij is het niet eens met de extra kosten.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4 De beoordeling
De gevorderde (restant)hoofdsom is erkend, zodat deze kan worden toegewezen.
[gedaagde] geeft aan het niet eens te zijn met de extra kosten in deze zaak. De kantonrechter zal hierover daarom beslissen.
In de eerste plaats wordt € 59,81 aan incassokosten gevorderd. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim op/na 1 juli 2012 is ingetreden. Alvorens aanspraak bestaat op vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten, moet kunnen worden vastgesteld dat en met ingang van welke datum [gedaagde] in verzuim is. VGZ heeft in de veertiendagenbrief de buitengerechtelijke incassokosten berekend over zowel de niet betaalde premies als de niet betaalde zorgnota’s. VGZ heeft echter nagelaten om te stellen vanaf welke datum [gedaagde] in verzuim is betreffende de zorgkostennota’s. Om die reden kan niet worden vastgesteld dat de veertiendagenbrief is verstuurd nadat [gedaagde] in verzuim is geraakt, zodat de buitengerechtelijke incassokosten niet voor vergoeding in aanmerking komen.
Dan vordert VGZ nog betaling van de wettelijke rente ad € 258,71 tot 5 februari 2026 en vervolgens vanaf 5 februari 2026 tot aan de dag van betaling. Omdat VGZ niet voldoende specifiek heeft gesteld met ingang van welke data [gedaagde] met de betaling van de aan de hoofdsom onderliggende facturen in verzuim is, zal de wettelijke rente (over de resterende hoofdsom) worden toegewezen vanaf de dag van dagvaarding. Door de daad van dagvaarding is in elk geval verzuim ingetreden.
Gelet op het voorgaande is de vordering toewijsbaar tot een bedrag van € 1.019,58. [gedaagde] wil graag een betalingsregeling treffen maar de kantonrechter kan deze niet in dit vonnis opnemen. Dit is iets wat partijen zelf moeten regelen.
Omdat beide partijen gedeeltelijk ongelijk krijgen, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
5 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde] om aan VGZ te betalen een bedrag van € 1.019,58, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 10 februari 2026 tot aan de dag van betaling,
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026.