Verbintenissenrecht
Gedaagde stelt dagvaarding niet te hebben ontvangen. Eventuele nietigheid is gedekt door de verschijning.
Rechtbank Limburg, 29 juli 2026
ECLI:NL:RBLIM:2026:7102 · Rechtbank Limburg · 29 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-limburg/civiel-recht/verbintenissenrecht/bodemzaak/ecli-nl-rblim-2026-7102
Zaakgegevens
Op 29 juli 2026 heeft de Rechtbank Limburg in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank LimburgRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Roermond
- Datum uitspraak
- 29 juli 2026
- Datum publicatie
- 16 juli 2026
- Zaaknummer
- 12166105 \ CV EXPL 26-1589
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBLIM:2026:7102
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Gedaagde stelt dagvaarding niet te hebben ontvangen. Eventuele nietigheid is gedekt door de verschijning.
Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 12166105 \ CV EXPL 26-1589
Vonnis van 29 juli 2026
in de zaak van
BOL.COM B.V.,
te Utrecht,
eisende partij,
hierna te noemen: Bol.com,
gemachtigde: Van Lith Gerechtsdeurwaarders en Incasso,
tegen
[gedaagde partij] ,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde partij] ,
procederend in persoon.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
[gedaagde partij] heeft bij Bol.com een bestelling geplaatst. Hierdoor is een overeenkomst op afstand tot stand gekomen.
Bol.com heeft [gedaagde partij] bij factuur van 12 december 2024 een bedrag van € 159,95 in rekening gebracht. Deze factuur is niet betaald.
3 Het geschil
Bol.com vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde partij] tot betaling van € 199,95 (€ 159,99 aan hoofdsom en € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten), vermeerderd met proceskosten.
[gedaagde partij] voert verweer. Zij geeft aan de dagvaarding niet ontvangen te hebben. Verder vraag zij om een betalingsregeling.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4 De beoordeling
Is het van belang of [gedaagde partij] de dagvaarding heeft ontvangen?
Het is in deze zaak niet van belang of [gedaagde partij] de dagvaarding heeft ontvangen. Daarvoor is het volgende van belang. Bol.com stelt dat de dagvaarding (althans een afschrift van het origineel) in een gesloten envelop is achtergelaten in een brievenbus. Zij geeft daarbij uitgebreid aan hoe de situatie op het woonadres van [gedaagde partij] was. Omdat het gebouw gerenoveerd werd was het niet mogelijk om de brievenbussen in de gangen te bereiken omdat deze alleen met een sleutel geopend konden worden en de deurwaarder geen toegang kon krijgen tot de gangen of de voordeur van [gedaagde partij] . De gesloten envelop is daarom achtergelaten in de algemene brievenbus van de beheerder.
[gedaagde partij] betwist dat zij een dagvaarding heeft ontvangen. Deze is haar niet persoonlijk aangereikt en zij heeft deze ook niet in haar brievenbus aangetroffen. De algemene brievenbus waar Bol.com op doelt, is bestemd voor de huismeester van [de woonstichting] .
In beginsel is een dagvaarding die niet op de in de wet voorgeschreven wijze is betekend nietig. Deze nietigheid is gedekt als een gedaagde in de procedure verschijnt en als het gebrek de gedaagde niet in zijn belangen heeft geschaad. Dit is in de wet geregeld in artikel 122 Rv. [gedaagde partij] is door het indienen van een schriftelijke reactie in de procedure verschenen, terwijl het de kantonrechter niet is gebleken dat [gedaagde partij] in haar belangen is geschaad. De kantonrechter gaat er daarbij van uit dat [gedaagde partij] in het bezit van de dagvaarding is gekomen, want zij weet wat van haar gevorderd wordt en door wie.
De vordering zelf
De kantonrechter constateert dat [gedaagde partij] de vordering niet betwist. Dit geldt ook voor de hoogte van het gevorderde bedrag. De vordering van Bol.com zal daarom worden toegewezen. Zoals Bol.com ook al opmerkt zal een betalingsregeling buiten deze procedure om afgesproken moeten worden. De kantonrechter staat hier buiten.
Bol.com vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde partij] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Bol.com heeft aan [gedaagde partij] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Daarom zal een bedrag van € 40,00 worden toegewezen.
[gedaagde partij] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Bol.com worden begroot op:
|
- kosten van de dagvaarding |
€ |
127,08 |
|
|
- griffierecht |
€ |
139,00 |
|
|
- salaris gemachtigde |
€ |
86,00 |
(2 punten × € 43,00) |
|
- nakosten |
€ |
21,50 |
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
373,58 |
5 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde partij] om aan Bol.com te betalen een bedrag van € 159,95,
veroordeelt [gedaagde partij] om aan Bol.com te betalen een bedrag van € 40,00 aan buitengerechtelijke kosten,
veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten van € 373,58, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde partij] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Piëtte en in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2026.