Strafrecht overig
Onderzoek Kievit/Bandidos. Niet-ontvankelijkheid OM i.v.m. vrijspraak in strafzaak (hennepteelt). Zie ook de…
Rechtbank Limburg, 9 juli 2021
ECLI:NL:RBLIM:2021:5577 · Rechtbank Limburg · 9 juli 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-limburg/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rblim-2021-5577
Zaakgegevens
Op 9 juli 2021 heeft de Rechtbank Limburg in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank LimburgRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Maastricht
- Datum uitspraak
- 9 juli 2021
- Datum publicatie
- 13 juli 2021
- Zaaknummer
- 03/702615-15 (ontneming)
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBLIM:2021:5577
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Onderzoek Kievit/Bandidos. Niet-ontvankelijkheid OM i.v.m. vrijspraak in strafzaak (hennepteelt). Zie ook de strafzaak met hetzelfde parketnummer.
Uitspraak
RECHTbANK Limburg
Zittingsplaats Maastricht
Strafrecht
Parketnummer: 03/702615-15 (ontneming)
Tegenspraak
Uitspraak van de meervoudige kamer d.d. 9 juli 2021 op de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht
in de zaak tegen:
[verdachte 9] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,
wonende te [adresgegevens verdachte 9] ,
hierna te noemen: [verdachte 9] .
[verdachte 9] wordt bijgestaan door mr. L.J.B.G. van Kleef, advocaat, kantoorhoudende te Amsterdam.
1 Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van:
-
29, 30 en 31 maart 2021,
-
6, 7, 13, 14, 19, 21, 26 en 28 april 2021,
-
3, 4, 25, 26, 27 en 28 mei 2021 en
-
op 9 juli 2021 is het onderzoek gesloten.
[verdachte 9] is op 30 maart 2021, 6 april 2021 en 3 mei 2021 verschenen en zijn raadsman is op meerdere dagen verschenen. Het Openbaar Ministerie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.
De behandeling van de ontnemingsvordering heeft gelijktijdig plaatsgehad met de behandeling van de strafzaak met parketnummer 03/702615-15. Op 9 juli 2021 heeft de rechtbank eerst vonnis gewezen in de strafzaak. Vervolgens is de onderhavige uitspraak gewezen.
2 De vordering van het Openbaar Ministerie
De vordering van het Openbaar Ministerie strekt tot het vaststellen van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en het aan [verdachte 9] opleggen van de verplichting tot betaling aan de staat van dat geschatte voordeel. De officier van justitie heeft dit bedrag geschat op 93.597 euro.
Op de terechtzitting van 26 april 2021 heeft het Openbaar Ministerie de vordering gewijzigd tot een bedrag van 15.599,50 euro.
3 Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie
Artikel 36e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bepaalt dat op vordering van het Openbaar Ministerie aan degene die is veroordeeld wegens een strafbaar feit, de verplichting kan worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Aan de vordering ligt ten grondslag dat [verdachte 9] voordeel zou hebben genoten uit hennepteelt in het bedrijfspand aan de [adres] te Geleen, zoals hem onder feit 5 in de strafzaak ten laste was gelegd (zaakdossier 14).
Bij voormeld vonnis van 9 juli 2021 is [verdachte 9] vrijgesproken van dit feit en dus van het aan de ontnemingsvordering ten grondslag liggende feit. Dat betekent dat het Openbaar Ministerie nietontvankelijk moet worden verklaard in de vordering.
4 De beslissing
De rechtbank:
- verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Deze uitspraak is gegeven door mr. L.P. Bosma, voorzitter, mr. M.J.A.G. van Baal en
mr. L. Feuth, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.M.E. de Beukelaer en
mr. O.A.G. Corten, griffiers, en uitgesproken ter openbare zitting van 9 juli 2021.