Strafrecht overig
De officier van justitie wordt in de ontnemingsvordering niet-ontvankelijk verklaard, nu de verdachte niet…
Rechtbank Maastricht, 14 september 2012
ECLI:NL:RBMAA:2012:BX7382 · Rechtbank Maastricht · 14 september 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-maastricht/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbmaa-2012-bx7382
Zaakgegevens
Op 14 september 2012 heeft de Rechtbank Maastricht in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank MaastrichtRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 14 september 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 03/703093-12 - II
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMAA:2012:BX7382
Samenvatting
De officier van justitie wordt in de ontnemingsvordering niet-ontvankelijk verklaard, nu de verdachte niet wegens een strafbaar feit is veroordeeld.
Uitspraak
RECHTBANK MAASTRICHT
Sector Strafrecht
Parketnummer: 03/703093-12 (vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel)
Datum uitspraak: 14 september 2012
Beslissing inzake de vordering van de officier van justitie in het arrondissement Maastricht onder voormeld parketnummer, gedateerd 1 augustus 2012 en bij deze rechtbank ter terechtzitting van 31 augustus 2012 aanhangig gemaakt, daartoe strekkende dat de rechtbank ten laste van
[naam verdachte],
geboren te [geboortegegevens verdachte],
wonende te [adresgegevens verdachte],
hierna te noemen: [naam verdachte],
het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en [naam verdachte] de verplichting oplegt tot betaling aan de staat van het geschatte voordeel.
De vordering is gericht op de ontneming van het voordeel verkregen door middel van een van de ten laste gelegde feiten.
De officier van justitie heeft deze vordering ingesteld naar aanleiding van een door hem onder opgemeld parketnummer gelijktijdig op 31 augustus 2012 aangebrachte strafzaak tegen [naam verdachte]. In deze zaak heeft de rechtbank heden vonnis gewezen. Bij dit vonnis is [naam verdachte] van alle haar ten laste gelegde feiten vrijgesproken.
De procesgang
De vordering dateert van 1 augustus 2012. De aan deze vordering ten grondslag liggende uitspraak is op 14 september 2012 door de rechtbank gedaan. De officier van justitie heeft de vordering derhalve aanhangig gemaakt binnen de daarvoor gestelde termijn.
De rechtbank heeft gezien de inhoud van het aan voormeld vonnis ten grondslag liggend dossier en gelet op de behandeling van de vordering ter terechtzitting van 31 augustus 2012, bij gelegenheid waarvan de officier van justitie, [naam verdachte] en haar raadsman mr. E.J.L. van de Glind, advocaat te Heerlen, zijn gehoord.
De officier van justitie heeft gevorderd vorenbedoeld voordeel vast te stellen op € 19.500,=.
De beoordeling van de vordering
Op grond van artikel 36e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht kan op vordering van het openbaar ministerie bij een afzonderlijke rechterlijke beslissing, aan degene die is veroordeeld wegens een strafbaar feit, de verplichting worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Nu verdachte van alle haar ten laste gelegde feiten is vrijgesproken en dus niet wegens een strafbaar feit is veroordeeld, zal de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering.
DE BESLISSING
De rechtbank
- verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in zijn vordering.
Aldus gegeven door mr. P.H.M. Kuster, voorzitter, mr. R.C.A.M. Philippart en mr. J.S. Holthuis, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R. Goevaerts, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van deze rechtbank op 14 september 2012.
Buiten staat
Mr. R.C.A.M. Philippart is niet in de gelegenheid deze beslissing mede te ondertekenen.