Bestuursrecht overig

Beroep tegen afwijzing AWBZ aanvraag. Voldoet niet aan de voorwaarden. WMO voorliggend. Beroep ongegrond.

Rechtbank Midden-Nederland, 27 maart 2015

Zaakgegevens

Op 27 maart 2015 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
27 maart 2015
Datum publicatie
30 maart 2015
Zaaknummer
AWB 14-7422
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2015:2147
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beroep tegen afwijzing AWBZ aanvraag. Voldoet niet aan de voorwaarden. WMO voorliggend. Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 14/7422

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 maart 2015 in de zaak tussen

[eiser], te [woonplaats], eiser

en

Stichting Centrum Indicatiestelling Zorg, verweerster

(gemachtigde: mr. J.E. Koedood).

Procesverloop

Bij besluit van 15 april 2014 (het primaire besluit) heeft verweerster de aanvraag van eiser van 28 maart 2014 voor zorg op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) afgewezen.

Bij besluit van 24 november 2014 (het bestreden besluit) heeft verweerster het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 maart 2015. Eiser is niet verschenen. Verweerster heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde.

Overwegingen

1. Verweerster heeft zich, onder verwijzing naar het medisch advies in bezwaar van

29 oktober 2014 op het standpunt gesteld dat eiser niet in aanmerking komt voor een indicatie voor Persoonlijke Verzorging en Begeleiding Individueel vanuit de AWBZ. Verweerster heeft daarbij bepaald dat er in de situatie van eiser sprake is van een somatische grondslag, maar dat de beperkingen van eiser op het gebied van de Persoonlijke Verzorging niet van dien aard zijn dat inzet van AWBZ zorg ter ondersteuning noodzakelijk is. Eiser kan zijn omgeving aanpassen door middel van het aanvragen van een douchestoel en/of beugels in de badkamer in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Deze voorziening is voorliggend aan de AWBZ zorg. Verder heeft verweerster bepaald dat er in de situatie van eiser geen beperkingen van dien aard zijn dat eiser een beroep zou moeten doen op de functie Begeleiding. Begeleiding op grond van de AWBZ is alleen bedoeld voor personen die zonder deze begeleiding moeten verblijven in een instelling of zouden verwaarlozen.

2. Naar aanleiding van de door eiser in beroep overgelegde medische stukken, waaronder een overzicht van medicatielijsten, heeft verweerder aanvullend medisch advies laten uitvoeren. Uit het aanvullende medisch advies van 27 januari 2015 blijkt dat er geen aanleiding bestaat om van het medisch advies van 29 oktober 2014 af te wijken.

3. Eiser heeft in beroep aangevoerd dat hij moeilijk voor zichzelf kan zorgen en dat zijn gezondheid steeds achteruit gaat en dat hij daarom in aanmerking dient te komen voor Persoonlijke Verzorging en Begeleiding Individueel.

4. De rechtbank overweegt dat het advies van de medisch adviseur, waarop het bestreden besluit is gebaseerd, moet worden aangemerkt als een deskundigenadvies. Volgens vaste rechtspraak van de CRvB mag verweerster, indien een zodanig advies op onpartijdige, objectieve en inzichtelijke wijze is opgesteld, bij de besluitvorming in beginsel van een advies van een deskundige uitgaan, tenzij er concrete aanknopingspunten bestaan voor twijfel aan de juistheid of volledigheid van het advies. Het is aan eiser om deze concrete aanknopingspunten aan te voeren. De rechtbank wijst op de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 25 september 2012 (ECLI:NL:CRVB:2012:BX8145).

5. Naar het oordeel van de rechtbank is het medisch advies van 29 oktober 2014 waarop verweerster haar besluitvorming heeft gebaseerd, op zorgvuldige wijze tot stand gekomen, volledig en voldoende inzichtelijk. Verweerster heeft naar aanleiding van de door eiser in beroep overgelegde medische stukken aanvullend medisch advies laten uitvoeren. In het aanvullend medisch advies van 27 januari 2015 wordt geconcludeerd dat de door eiser in beroep overgelegde stukken geen grond vormen om van het eerdere medisch advies af te wijken. De rechtbank ziet in wat eiser heeft aangevoerd geen aanleiding om aan de juistheid van het medisch advies te twijfelen, nu hij zijn stelling verder niet met objectieve, verifieerbare medische gegevens heeft onderbouwd. Verweerster heeft eisers aanvraag dan ook mogen afwijzen op de grond dat de situatie van eiser niet van dien aard is dat eiser een beroep kan doen op verzorging en begeleiding op grond van de AWBZ. De beroepsgrond faalt.

6. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.E. Falkmann, rechter, in aanwezigheid van

mr. B.C. Volkers, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2015.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.