Bestuursrecht overig
NOBZ. ongegrond. Vergunning is verleend op grond van de (aangepaste) aanvraag.
Rechtbank Midden-Nederland, 6 augustus 2020
ECLI:NL:RBMNE:2020:3666 · Rechtbank Midden-Nederland · 6 augustus 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2020-3666
Zaakgegevens
Op 6 augustus 2020 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 6 augustus 2020
- Datum publicatie
- 1 september 2020
- Zaaknummer
- 19/5031
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2020:3666
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
NOBZ. ongegrond. Vergunning is verleend op grond van de (aangepaste) aanvraag.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 19/5031
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 augustus 2020 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eisers
(gemachtigde: mr. J.J.H. Hulshof),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep van eisers tegen het besluit van verweerder van
14 oktober 2019.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
Eiseres heeft op 4 januari 2019 een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend voor het bouwen van een distributiecentrum op het adres [adres] . Bij de aanvraag was sprake van 157 parkeerplaatsen. Nadat verweerder heeft aangegeven dat het aantal parkeerplaatsen niet aan de Parkeernorm voldeed, heeft eiseres haar aanvraag aangepast waarbij het aantal parkeerplaatsen is bijgesteld naar 117.
Op 28 mei 2019 heeft verweerder de vergunning verleend.
Bij brief van 8 juli 2019 heeft eiseres een bezwaarschrift ingediend. De gronden van het bezwaar richten zich volledig op het aantal vergunde parkeerplaatsen. Eiseres stelt – kort samengevat – dat er geen reden is om niet het volledige aantal aangevraagde parkeerplaatsen te vergunnen.
In de beslissing op bezwaar van 14 oktober 2019 heeft verweerder het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van procesbelang omdat de vergunning is verleend op grond van de aanvraag.
3. In de beroepsgronden stelt eiseres – kort samengevat – dat verweerder de bezwaren wel inhoudelijk had moeten behandelen. Verweerder had dan tot de conclusie moet komen dat de in bezwaar verzochte extra parkeerplaatsen in heroverweging hadden moeten worden vergund. Eiseres stelt wel degelijk procesbelang te hebben. Zij had een actueel en reëel belang bij de behandeling van het bezwaar nu het doel dat haar voor ogen stond feitelijk van betekenis was en daadwerkelijk met die procedure kon worden bereikt.
4. De rechtbank volgt eiseres hierin niet. Verweerder kan alleen beslissen als er een aanvraag of bezwaar is om op te kunnen beslissen. Op de aanvraag van de omgevingsvergunning is beslist, de vergunning is verleend zoals aangevraagd. Daarmee ontbreekt het procesbelang bij een bezwaar tegen de verleende vergunning. Dat de verleende vergunning niet het aantal parkeerplaatsen behelst zoals in de originele aanvraag en dat eiseres de aanvraag heeft aangepast omdat de vergunning anders niet verleend zou worden en “om van de discussie af te zijn” doet hier niets aan af.
5. Verweerder heeft dus terecht het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is daarom kennelijk ongegrond (artikel 8:54 van de Awb).
6. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van
P.W. Hogenbirk, griffier, op 6 augustus 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.