Bestuursrecht overig

PKV, afwijzing verzoek, geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden op grond van Bpb.

Rechtbank Midden-Nederland, 23 november 2020

Zaakgegevens

Op 23 november 2020 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
23 november 2020
Datum publicatie
9 februari 2021
Zaaknummer
20/1977
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2020:5887
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

PKV, afwijzing verzoek, geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden op grond van Bpb.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 20/1977

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 november 2020 in de zaak tussen

[verzoeker], te [woonplaats], verzoeker,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zeist, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over beroep dat verzoeker heeft ingediend op 24 mei 2015 wegens het niet tijdig nemen van een beslissing op zijn bezwaar.

Op 8 september 2020 heeft verweerder alsnog een beslissing op bezwaar genomen.

Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker zijn beroepschrift ingetrokken met het verzoek verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.

Verweerder heeft op 23 september 2020 gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).

2. Verweerder heeft gereageerd op het verzoek van verzoeker en heeft er geen bezwaar tegen om de eventuele proceskosten en het griffierecht van verzoeker te betalen.

3. Alleen de kosten die gemaakt zijn door een professionele (juridische) hulpverlener kunnen worden vergoed. Omdat verzoeker geen advocaat of andere professionele juridische hulpverlener heeft, zijn er ook geen kosten die vergoed kunnen worden.

4. De rechtbank wijst het verzoek af.

5. Verweerder moet wel het griffierecht aan verzoeker betalen (artikel 8:41 van de Awb).

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C. Verra, rechter, in aanwezigheid van
P.W. Hogenbirk, griffier. De beslissing is uitgesproken op 23 november 2020 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.