Bestuursrecht overig

8:54 PKV toegewezen na intrekking.

Rechtbank Midden-Nederland, 10 augustus 2021

Zaakgegevens

Op 10 augustus 2021 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
10 augustus 2021
Datum publicatie
17 augustus 2021
Zaaknummer
UTR 21/1780
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2021:3884
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

8:54 PKV toegewezen na intrekking.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 21/1780

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 augustus 2021 in de zaak tussen

[verzoeker], te [woonplaats], verzoeker,

(gemachtigde: mr. J. Sajtos),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten.

Verweerder heeft op niet gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. Verzoeker heeft op 3 november 2020 een verzoek gedaan om zijn arbeidsongeschiktheid opnieuw te beoordelen. Vervolgens heeft verzoeker op 21 januari 2021 aan verweerder een ingebrekestelling gestuurd. Op 8 april 2021 heeft verzoeker een beroep ingediend bij de rechtbank tegen het niet tijdig nemen van een beslissing. Op 29 april 2021 heeft verweerder een besluit genomen. Verweerder heeft dus gedaan wat verzoeker wilde. Verzoeker heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor zijn proceskosten.

2. Als het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (dus aan verzoeker) tegemoet is gekomen, kan de rechtbank bepalen dat verweerder de proceskosten van diegene moet betalen. Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank zal verweerder daarom veroordelen in de proceskosten van verzoeker. In het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) is bepaald welke kosten er dan vergoed moeten worden.

3. De rechtbank stelt de proceskosten van verzoeker die verweerder moet betalen vast op

€ 748,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van

€ 748,- en een wegingsfactor 1).

4. Verweerder moet ook het griffierecht aan verzoeker betalen (artikel 8:41 van de Awb).

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 748,- aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoeker.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van M. Bos, griffier. De beslissing is uitgesproken op 10 augustus 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.