Bestuursrecht overig
8:54 pkv, toegewezen halve punt.
Rechtbank Midden-Nederland, 26 augustus 2021
ECLI:NL:RBMNE:2021:4344 · Rechtbank Midden-Nederland · 26 augustus 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2021-4344
Zaakgegevens
Op 26 augustus 2021 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 26 augustus 2021
- Datum publicatie
- 7 september 2021
- Zaaknummer
- 21 / 2654
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2021:4344
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
8:54 pkv, toegewezen halve punt.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21 / 2654
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 augustus 2021 in de zaak tussen
[verzoekster] , te [plaats] , verzoekster
(gemachtigde: mr. M.A. de Boer),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van zijn proceskosten.
Verweerder heeft op 13 augustus 2021 gereageerd op dit verzoek.
Overwegingen
1. Verzoekster heeft op 10 januari 2021 bezwaar aangetekend tegen het besluit van verweerder. Vervolgens heeft verzoekster op 14 april 2021 aan verweerder een ingebrekestelling gestuurd. Verweerder heeft geen besluit genomen en verzoekster heeft toen beroep tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op bezwaar ingediend bij de rechtbank. Op 21 juli 2021 heeft verweerder een beslissing genomen op het bezwaarschrift van verzoekster. Verweerder heeft dus gedaan wat verzoekster wilde. Verzoekster heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor haar proceskosten.
2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).
3. Verweerder heeft gereageerd op het verzoek van verzoeker en heeft er geen bezwaar tegen om de proceskosten van verzoeker te betalen.
4. Volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) is dit een vast bedrag omdat verzoekster een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor haar een beroepschrift in te dienen. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden wordt een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 374,-.
Beslissing
De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 374,- aan proceskosten. Verweerder moet
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van M. Bos, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 augustus 2021.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.