Bestuursrecht overig

Rechtbank Midden-Nederland · Eerste aanleg - enkelvoudig · Bestuursrecht overig

Rechtbank Midden-Nederland, 18 januari 2021

Zaakgegevens

Op 18 januari 2021 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
18 januari 2021
Datum publicatie
9 februari 2021
Zaaknummer
UTR 20/1782
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2021:468
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

PKV

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 20 / 1782

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 januari 2021 in de zaak tussen

[verzoeker 1] en [verzoeker 2], te [woonplaats], verzoekers,

(gemachtigde: mr. G.G. Kranendonk),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oudewater, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekers om vergoeding van de proceskosten.

Verweerder heeft op 28 juli 2020 gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. Verzoekers zijn op 7 mei 2020 in beroep gegaan, omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op hun bezwaarschrift van 23 augustus 2019. Verweerder heeft op 6 mei 2020 (verzonden 14 mei 2020) alsnog een beslissing op bezwaar genomen. Verweerder heeft dus gedaan wat verzoekers wilden. Verzoekers hebben daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor de proceskosten.

2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).

3. Verweerder heeft gereageerd op het verzoek van verzoekers en aangegeven dat het bestuursorgaan alleen veroordeeld kan worden tot vergoeding van de proceskosten als het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift tegemoet is gekomen. Verweerder stelt dat het beroep door de rechtbank op
18 mei 2020 is toegezonden. Het besluit van verweerder is aan verzoekers verzonden op

14 mei 2020. Daarom is verweerder van mening dat hij de proceskosten van verzoekers niet hoeft te vergoeden.

4. De rechtbank geeft verweerder geen gelijk omdat het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar door de rechtbank is ontvangen op 7 mei 2020. Dit was nog voordat de beslissing op bezwaar aan verzoekers verzonden was.

5. De rechtbank stelt de proceskosten van verzoekers die verweerder moet betalen vast op

€ 267,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 534,- en een wegingsfactor 0,5). Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden wordt een wegingsfactor van 0,5 toegepast.

6. Verweerder moet ook het griffierecht aan verzoekers betalen (artikel 8:41 van de Awb).

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 267,- aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoekers.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van

K.F.K. Hoogbruin, griffier. De beslissing is uitgesproken op 18 januari 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.