Bestuursrecht overig

8:54, geen beroepsgronden, n-o

Rechtbank Midden-Nederland, 14 september 2021

Zaakgegevens

Op 14 september 2021 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
14 september 2021
Datum publicatie
18 oktober 2021
Zaaknummer
UTR 20/3710
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2021:5012
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

8:54, geen beroepsgronden, n-o

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 20/3710

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 september 2021 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser,

en

de Belastingdienst/Toeslagen, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend op 1 september 2020 tegen het besluit van verweerder van 21 juli 2020.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Het beroepschrift voldoet niet aan de wettelijke eisen, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

2. Iemand die in beroep gaat moet zeggen waarom hij het niet eens is met het besluit en dit ook uitleggen. Dit staat in artikel 6:5 van de Awb. Als dat niet gebeurt, dan kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren. In die situatie zal het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld.

3. De rechtbank heeft eiser op 23 april 2021 en 7 juli 2021 een brief gestuurd, waarin staat dat hij binnen vier weken moet aangeven waarom hij het niet eens is met het besluit. De brief van 7 juli 2021 is aangetekend verzonden. Deze brief is onbestelbaar retour gekomen bij de rechtbank. De rechtbank heeft de brief op 27 juli 2021 per gewone post nog een keer aan eiser gestuurd. Eiser heeft niet gereageerd op deze brief.

4. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, rechter, in aanwezigheid van

J. Fagel, griffier. De beslissing is uitgesproken op 14 september 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

De griffier is verhinderd rechter

deze uitspraak te ondertekenen.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.