Bestuursrecht overig
pkv-usp 8:54 na ingetrokken beroep
Rechtbank Midden-Nederland, 2 november 2021
ECLI:NL:RBMNE:2021:5304 · Rechtbank Midden-Nederland · 2 november 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2021-5304
Zaakgegevens
Op 2 november 2021 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 2 november 2021
- Datum publicatie
- 2 november 2021
- Zaaknummer
- UTR 21/2058
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2021:5304
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
pkv-usp 8:54 na ingetrokken beroep
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/2058
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 november 2021 in de zaak tussen
[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker
(gemachtigde: mr. J.A. van Ham),
en
de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, verweerder
(gemachtigde: mr. T. Holtrop).
Procesverloop
Bij brief van 19 november 2020 heeft verweerder verzoeker meegedeeld dat hij op
1 mei 2021 moet beginnen met het terugbetalen van de lening die hij heeft gekregen van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) om aan zijn inburgeringsplicht te kunnen voldoen. De schuld bedraagt € 7.490,80 en hij moet maandelijks € 62,42 betalen.
In het besluit van 2 april 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker tegen deze brief kennelijk niet-ontvankelijk verklaard voor zover het bezwaar is gericht tegen de beslissing dat de lening niet wordt kwijt gescholden. Voor zover het bezwaar is gericht tegen de vaststelling van de hoogte van de lening en het vastgestelde maandbedrag heeft verweerder het bezwaar kennelijk ongegrond verklaard.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 6 september 2021 met behulp van een telefonische verbinding op zitting behandeld. Wegens een technische storing kon geen beeldverbinding tot stand worden gebracht. Namens verzoeker is verschenen een waarnemer van zijn gemachtigde, mr. S. Blasweiler. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen de heer Soltani. De rechtbank heeft besloten de behandeling van het beroep te schorsen, omdat verzoeker niet kon worden bereikt om telefonisch deel te nemen aan de zitting. Ook zaten de tolk en verzoeker niet in dezelfde ruimte, waardoor er problemen te voorzien waren met tolken via een telefonische verbinding.
Bij brief van 20 september 2021 heeft verweerder het bestreden besluit ingetrokken.
Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker het beroep ingetrokken en daarbij verzocht verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek.
Verweerder heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten.
Overwegingen
1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
2. Verweerder heeft op 2 april 2021 een besluit genomen. Verzoeker is hiertegen in beroep gegaan. Op 20 september 2021 heeft verweerder medegedeeld dat hij terugkomt op het besluit van 2 april 2021 en dat hij dit besluit intrekt. Verweerder heeft toegelicht dat hij aanleiding heeft gezien de inburgeringstermijn te verlengen, zodat eiser tijdig is ingeburgerd. Dit betekent dat de lening is kwijtgescholden, evenals de opgelegde boete. Verweerder heeft dus gedaan wat verzoeker wilde. Verzoeker heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor zijn proceskosten.
3. De rechtbank/voorzieningenrechter kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en 8:75a van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).
4. Verweerder heeft gereageerd op het verzoek van verzoeker en aangegeven dat hij zich refereert aan het oordeel van de rechtbank.
5. De rechtbank stelt vast dat verweerder zich in de brief van 20 september 2021 op het standpunt heeft gesteld dat volledig is tegemoetgekomen aan de bezwaren van verzoeker. Dit betekent dat is voldaan aan de vereisten zoals genoemd in artikel 8:75a van de Awb om verweerder in de kosten te veroordelen.
6. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.496,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het aanwezig zijn bij de zitting, met een waarde per punt van € 748,- en een wegingsfactor 1).
7. De rechtbank wijst erop dat verweerder op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 49,- te vergoeden. Verzoeker zal zich hiervoor dan ook tot verweerder moeten wenden.
Beslissing
De rechtbank:
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.496,- aan proceskosten . Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, rechter, in aanwezigheid van
mr. M.M. van Luijk-Salomons, griffier. De beslissing is uitgesproken op 2 november 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier de rechter is verhinderd
de uitspraak te ondertekenen
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.