Bestuursrecht overig
verzet ongegrond; geen besluit; komt voor rekening en risico van opposante
Rechtbank Midden-Nederland, 7 september 2021
ECLI:NL:RBMNE:2021:6976 · Rechtbank Midden-Nederland · 7 september 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2021-6976
Zaakgegevens
Op 7 september 2021 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 7 september 2021
- Datum publicatie
- 7 januari 2026
- Zaaknummer
- UTR 20/1635
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2021:6976
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
verzet ongegrond; geen besluit; komt voor rekening en risico van opposante
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20/1635-V
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 september 2021 op het verzet van
[opposante] , te [plaats] , opposante.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep dat opposante heeft ingediend op 22 april 2020.
In de uitspraak van 26 april 2021 heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Opposant is tegen deze uitspraak in verzet gegaan en heeft niet gevraagd om op een zitting te worden gehoord.
Overwegingen
1. De rechtbank heeft in de uitspraak van 26 april 2021 het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat opposante geen kopie van het bestreden besluit heeft overlegd. Omdat de rechtbank geen twijfel had over de uitkomst van de zaak, heeft zij de uitspraak gedaan zonder eerst een zitting te houden. Dat mag op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2. In deze zaak moet de rechtbank beoordelen of de rechtbank toen terecht heeft geoordeeld dat er geen twijfel over de uitkomst was en dat er dus geen zitting nodig was.
De rechtbank kijkt (nog) niet of opposante gelijk heeft met haar beroep. Dat gebeurt pas als de rechtbank van oordeel is dat de uitspraak van de rechtbank van 26 april 2021 niet juist was.
3. Volgens opposante is de uitspraak van de rechtbank van 26 april 2021 niet juist omdat zij het bestreden besluit pas op 10 mei 2021 heeft ontvangen, nadat zij daarover contact had opgenomen met de Belastingdienst.
4. De rechtbank oordeelt het volgende. Opposante had in de beroepsprocedure om uitstel kunnen vragen voor het indienen van het bestreden besluit. Dat heeft opposante niet heeft gedaan en dit komt voor haar rekening en risico.
5. Dit betekent dat het verzet ongegrond is en dat de uitspraak van de rechtbank van
26 april 2021 in stand blijft.
Beslissing
De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.G. Nicholson, rechter, in aanwezigheid van O. Asafiati, griffier. De beslissing is uitgesproken op 7 september 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na verzending daarvan beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden.