Bestuursrecht overig
8:54, griffierecht, verzoek toegewezen.
Rechtbank Midden-Nederland, 13 mei 2022
ECLI:NL:RBMNE:2022:2014 · Rechtbank Midden-Nederland · 13 mei 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2022-2014
Zaakgegevens
Op 13 mei 2022 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 13 mei 2022
- Datum publicatie
- 27 mei 2022
- Zaaknummer
- UTR 22/775
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2022:2014
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
8:54, griffierecht, verzoek toegewezen.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/775
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 mei 2022 in de zaak tussen
[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker
en
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, verweerder.
Procesverloop
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op het verzoek dat eiser op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) op 15 november 2021 heeft ingediend.
Op 12 april 2022 heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om verweerder te veroordelen in de betaling van het griffierecht. Verweerder heeft niet gereageerd op dit verzoek.
Overwegingen
1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn griffierecht. De rechtbank doet deze uitspraak zonder partijen voor een zitting uit te nodigen (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)), omdat zij vindt dat zij voldoende informatie heeft om het verzoek te beoordelen.
2. Als het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (dus aan verzoeker) tegemoet is gekomen, kan de rechtbank bepalen dat verweerder het griffierecht van de indiener van het beroepschrift moet betalen. Dat staat in artikel 8:74, tweede lid, van de Awb.
3. Gelet op verweerders besluitvorming na indiening van het beroep tegen het niet tijdig beslissen, is de rechtbank van oordeel dat verweerder het griffierecht aan verzoeker moet betalen. In verzoekers geval gaat het om een bedrag van € 184,-. Verzoeker zal zich hiervoor tot verweerder moeten wenden.
4. De rechtbank wijst het verzoek toe.
Beslissing
De rechtbank:
- wijst het verzoek toe;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht dat verzoeker heeft betaald moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, rechter, in aanwezigheid van
mr. E. Mulder, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2022.
De rechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.