Bestuursrecht overig

Rechtbank Midden-Nederland · Eerste aanleg - enkelvoudig · Bestuursrecht overig

Rechtbank Midden-Nederland, 2 mei 2022

Zaakgegevens

Op 2 mei 2022 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
2 mei 2022
Datum publicatie
1 juni 2022
Zaaknummer
UTR 21/454
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2022:2098
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzet ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 21/454

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 mei 2022 in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

(gemachtigde: mr. D.A.N. Bartels MRE),

en

de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 8 december 2020, waarin verweerder het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard.

De zitting heeft via een Teams-verbinding plaatsgevonden op 2 mei 2022. Eiser is zelf niet verschenen, maar zijn gemachtigde wel. Namens verweerder is [A] verschenen.

Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en heeft zij onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Een bezwaarschrift moet worden ingediend binnen zes weken nadat het besluit bekend is gemaakt (artikelen 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). In dit geval is het besluit bekendgemaakt op 31 januari 2015. Het bezwaarschrift had dus uiterlijk op 16 maart 2015 door verweerder ontvangen moeten zijn. Verweerder heeft het bezwaarschrift ontvangen op 3 november 2020. Dat is dus te laat. De hoofdregel is dan dat verweerder het bezwaar niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het bezwaarschrift te laat is ingediend. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.

2. Verweerder heeft bij brief van 9 november 2020 gevraagd waarom het bezwaar te laat is ingediend. Eiser heeft naar aanleiding van deze brief op 30 november 2020 geen reden opgegeven voor het te laat indienen van het bezwaarschrift. Vervolgens heeft verweerder bij uitspraak van 8 december 2020 het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

3. Eiser betwist niet dat het bezwaarschrift te laat is ingediend. Gemachtigde van eiser voert tijdens zitting aan dat eiser een 88-jarige man is die jarenlang te veel heeft betaald en aan het eind van zijn latijn is. De bedoeling van het bezwaar en het beroep is, dat verweerder (alsnog) ambtshalve tot vijf jaar terug de aanslagen vermindert.

4. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser hiermee geen geldige reden voor het te laat indienen van het bezwaarschrift gegeven. Dat eiser graag een ambtshalve vermindering van zijn aanslagen wil, kan in deze beroepszaak geen rol spelen. Hier gaat het immers alleen om de vraag of zijn bezwaarschrift tegen de aanslag van 31 januari 2015 op tijd was.

5. Verweerder heeft dus terecht het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is daarom ongegrond.

6. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen rechter, in aanwezigheid van

K.F.K. Hoogbruin, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 mei 2022.

de griffier is verhinderd de uitspraak

te ondertekenen

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.