Bestuursrecht overig

niet-ontvankelijk; geen juiste machtiging

Rechtbank Midden-Nederland, 6 juli 2022

Zaakgegevens

Op 6 juli 2022 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
6 juli 2022
Datum publicatie
19 juli 2022
Zaaknummer
22/1173
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2022:2889
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

niet-ontvankelijk; geen juiste machtiging

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 22/1173

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 juli 2022 in de zaak tussen

G. Gieben (Previcus Vastgoed) , veronderstellenderwijs handelend namens

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser(es),

en

de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser(es) heeft ingediend op 17 februari 2022 tegen het besluit van verweerder van 10 januari 2022.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Het beroepschrift voldoet niet aan de wettelijke eisen, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

2. Het beroep is door G. Gieben veronderstellenderwijs ingesteld namens

[eiser] . Bij het beroepschrift is een onjuiste machtiging overlegd die is ondertekend door [A] . In artikel 6:6 van de Awb staat dat een beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard als het beroep niet voldoet aan de wettelijke vereisten. Voordat het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard moet de indiener van het beroep wel in de gelegenheid zijn gesteld om het verzuim te herstellen.

3. De rechtbank heeft G. Gieben bij brief van 16 maart 2022 in de gelegenheid gesteld om uiterlijk binnen vier weken een juiste machtiging in te dienen waaruit blijkt dat hij gemachtigd is om namens [eiser] beroep in te stellen en in beroep op te treden.

4. G. Gieben heeft hierop niet gereageerd.

5. Vervolgens heeft de rechtbank bij aangetekende brief van 21 april 2022 G. Gieben opnieuw in de gelegenheid gesteld om uiterlijk binnen vier weken een toereikende machtiging te overleggen die is ondertekend door [eiser] .

6. Ook hierop heeft G. Gieben niet gereageerd.

7. Dat betekent dat er in deze beroepsprocedure geen toereikende machtiging is overgelegd. G. Gieben heeft geen reden gegeven waarom hij die niet heeft opgestuurd. Zoals de meervoudige kamer van deze rechtbank op 25 juni 2020 heeft beslist, is dit voortaan een reden om het beroep niet-ontvankelijk te verklaren.

8. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 van de Awb). De rechtbank komt dus niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het beroep. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.A. van Kuijeren, rechter, in aanwezigheid van

O. Asafiati, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 juli 2022.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

ECLI:NL:RBMNE:2020:2390.