Bestuursrecht overig
Rechtbank Midden-Nederland · Eerste aanleg - enkelvoudig · Bestuursrecht overig
Rechtbank Midden-Nederland, 4 augustus 2022
ECLI:NL:RBMNE:2022:3237 · Rechtbank Midden-Nederland · 4 augustus 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2022-3237
Zaakgegevens
Op 4 augustus 2022 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 4 augustus 2022
- Datum publicatie
- 11 augustus 2022
- Zaaknummer
- UTR 22/2060
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2022:3237
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
verwijzingsbeslissing
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/2060
beslissing op grond van artikel 46b van de Wet op de rechterlijke organisatie in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. B. Eskes),
en
de Belastingdienst/Toeslagen, verweerder
(gemachtigde: [gemachtigde] ).
Procesverloop
Bij besluit van 31 maart 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder het verzoek van eiseres voor een herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag over de jaren 2017 tot en met 2019, afgewezen en bepaald dat eiseres geen recht heeft op een compensatie.
Bij besluit van 1 april 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld bij de rechtbank Midden-Nederland.
Overwegingen
1. In het primaire besluit is het advies van de Commissie van Wijzen van 19 maart 2021 overgenomen. Dit advies is mede vastgesteld door mr. J. Ebbens. Zij is als rechter plaatsvervanger tevens werkzaam bij de rechtbank Midden-Nederland.
2. De rechtbank is daarom van oordeel dat de behandeling van de zaak door een andere rechtbank gewenst is.
3. Op grond van paragraaf 5 van het Zaaksverdelingsreglement van de rechtbank Midden-Nederland zal de rechtbank de zaak ter behandeling naar de rechtbank Gelderland verwijzen.
Beslissing
De rechtbank verwijst de zaak naar de rechtbank Gelderland, afdeling bestuursrecht, locatie Arnhem (Walburgstraat 2-4, Postbus 9030, 6800 EM, Arnhem).
Deze beslissing is genomen door mr. P.J.M. Mol, rechter, in aanwezigheid van mr. Z.E.M. van der Maas, griffier, ondertekend op 4 augustus 2022.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze beslissing staat geen hoger beroep open.