Bestuursrecht overig

Fictief niet-ontvankelijk.

Rechtbank Midden-Nederland, 2 augustus 2022

Zaakgegevens

Op 2 augustus 2022 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
2 augustus 2022
Datum publicatie
23 augustus 2022
Zaaknummer
21/5239
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2022:3382
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Fictief niet-ontvankelijk.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 21/5239

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 augustus 2022 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres,

(gemachtigde: P.H.L. Jurg),

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Weesp, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op haar bezwaar.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Wel moet de betrokkene dan eerst een ‘ingebrekestelling’ aan het bestuursorgaan sturen. Dat wil zeggen dat de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan moet laten weten dat er binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar. Dit staat (onder andere) in de artikelen 6:2, 6:12 en 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

3. Eiseres heeft haar bezwaar ingediend op 4 september 2021. Verweerder moet uiterlijk op 31 december 2021 een beslissing nemen op eiseres haar bezwaar. Dat staat in artikel 236, tweede lid, van de Gemeentewet. Eiser voert aan dat verweerder dat nog steeds niet heeft gedaan.

4. Eiseres heeft verweerder dus in gebreke gesteld voordat de beslistermijn verstreken is. Nu op 2 november 2021 de beslistermijn nog niet is verstreken, is de ingebrekestelling prematuur en is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 van de Awb).

5. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van

K.F.K. Hoogbruin, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

2 augustus 2022.

de griffier de rechter

Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.