Bestuursrecht overig

bnt, premature igs, kennelijk n-o, KOT

Rechtbank Midden-Nederland, 22 augustus 2022

Zaakgegevens

Op 22 augustus 2022 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
22 augustus 2022
Datum publicatie
28 september 2022
Zaaknummer
UTR 22/2450
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2022:3889
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

bnt, premature igs, kennelijk n-o, KOT

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 22/2450

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 augustus 2022 in de zaak tussen

[eiser] , te [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. R. Jethoe)

en

de Belastingdienst/Toeslagen, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres, omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op haar bezwaar.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Wel moet de betrokkene dan eerst een ‘ingebrekestelling’ aan het bestuursorgaan sturen. Dat wil zeggen dat de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan moet laten weten dat er binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn/haar aanvraag of bezwaar. Dit staat (onder andere) in de artikelen 6:2, 6:12 en 7:1 van de Awb.

3. Verweerder heeft op 19 oktober 2021 een beslissing genomen op de aanvraag van eiseres. Hiertegen heeft eiseres op 17 november 2021 bezwaar ingesteld. Verweerder moet binnen zes weken beslissen, gerekend vanaf het moment waarop de bezwaartermijn is verstreken. Omdat er een adviescommissie is, geldt in dit geval een termijn van twaalf weken. Dat staat in artikel 7:10 en 7:13 van de Awb.

4. Verweerder had dus uiterlijk op 23 februari 2022 (gerekend vanaf 19 oktober 2021) moeten beslissen op het bezwaar van eiseres. Eiseres heeft verweerder bij brief van

16 februari 2022 in gebreke gesteld. Dat was te vroeg, aangezien de beslistermijn op dat moment nog niet verstreken was. De ingebrekestelling is dus niet geldig. Daaruit vloeit voort dat het beroep niet-ontvankelijk is.

Het staat eiseres overigens vrij om verweerder alsnog in gebreke te stellen.

5. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van

J. Fagel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 augustus 2022.

De griffier is niet in de gelegenheid de rechter

om deze uitspraak te ondertekenen

Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.