Bestuursrecht overig

PKV, afwijzing verzoek, geen kosten gemaakt voor professionele juridische hulpverlener.

Rechtbank Midden-Nederland, 27 oktober 2022

Zaakgegevens

Op 27 oktober 2022 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
27 oktober 2022
Datum publicatie
29 november 2022
Zaaknummer
22/3092
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2022:4990
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

PKV, afwijzing verzoek, geen kosten gemaakt voor professionele juridische hulpverlener.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 22/3092

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 oktober 2022 in de zaak tussen

[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker,

en

de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten.

Verweerder heeft gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. Verweerder heeft op 23 mei 2022 een uitspraak op bezwaar gedaan. Verzoeker is hiertegen in beroep gegaan. Op 18 augustus 2022 heeft verweerder medegedeeld dat hij terugkomt op de uitspraak op bezwaar van 23 mei 2022 en dat hij de aanslag heeft vernietigd. Verweerder heeft dus gedaan wat verzoeker wilde. Verzoeker heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor zijn proceskosten.

2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).

3. Alleen de kosten die gemaakt zijn door een professionele (juridische) hulpverlener kunnen worden vergoed. Omdat verzoekster geen advocaat of andere professionele juridische hulpverlener heeft, zijn er ook geen kosten die vergoed kunnen worden.

4. De rechtbank wijst het verzoek af.

5. Verweerder moet wel het griffierecht aan verzoeker betalen (artikel 8:41 Awb).

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van
P.W. Hogenbirk griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 oktober 2022.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.