Bestuursrecht overig
Rechtbank Midden-Nederland · Eerste aanleg - enkelvoudig · Bestuursrecht overig
Rechtbank Midden-Nederland, 18 maart 2022
ECLI:NL:RBMNE:2022:980 · Rechtbank Midden-Nederland · 18 maart 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2022-980
Zaakgegevens
Op 18 maart 2022 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 18 maart 2022
- Datum publicatie
- 16 maart 2022
- Zaaknummer
- UTR 21/3923
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2022:980
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
8:54, geen besluit, n-o
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/3923
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 maart 2022 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
en
onbekende verweerder, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend op 21 september 2021.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Het beroepschrift voldoet niet aan de wettelijke eisen, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat, moet een kopie van het besluit indienen waar hij/zij het niet mee eens is. Dit staat in artikel 6:5 van de Awb. Als dat niet gebeurt dan kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren. Dit betekent dat uw beroep dan niet inhoudelijk wordt beoordeeld. Eiser moet wel de gelegenheid krijgen om het besluit alsnog op te sturen. De rechtbank heeft bij brief van 29 november 2021 daartoe gelegenheid gegeven. Deze brief is per aangetekende post aan eiser verstuurd. Eiser heeft echter niet gereageerd op deze brief.
3. De rechtbank heeft geen besluit ontvangen waarmee eiser het niet eens is. De rechtbank kan de juistheid van het besluit niet beoordelen als deze niet is overgelegd. De rechtbank zal daarom geen uitspraak over het beroep doen. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb).
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, rechter, in aanwezigheid van J. Fagel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2022.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.