Bestuursrecht overig
Niet-ontvankelijk in bezwaar, ongegrond.
Rechtbank Midden-Nederland, 8 mei 2023
ECLI:NL:RBMNE:2023:4006 · Rechtbank Midden-Nederland · 8 mei 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2023-4006
Zaakgegevens
Op 8 mei 2023 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 8 mei 2023
- Datum publicatie
- 31 juli 2023
- Zaaknummer
- UTR 23/1039
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2023:4006
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Niet-ontvankelijk in bezwaar, ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/1039
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 mei 2023 in de zaak tussen
[eiser] , te [plaats] , eiser
(gemachtigde: mr. D.D. Pietersz),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 15 februari 2023.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Een bezwaarschrift moet worden ingediend binnen zes weken nadat het besluit bekend is gemaakt (artikelen 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)).
In artikel 3:41 van de Awb staat hoe dat bekendmaken gebeurt. In dit geval is het besluit bekendgemaakt op 2 maart 2011. Het bezwaarschrift had dus uiterlijk op 13 april 2011 door verweerder ontvangen moeten zijn. Verweerder heeft het bezwaarschrift ontvangen op
31 januari 2023. Dat is dus te laat. De hoofdregel is dan dat verweerder het bezwaar niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het bezwaarschrift te laat is ingediend. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
3. Eiser geeft aan dat hij het besluit nooit heeft ontvangen en gaat er daarom vanuit dat verweerder het besluit niet op de juiste wijze bekend heeft gemaakt. Verweerder heeft ook geen verzendadministratie overlegd. Omdat het besluit niet op de juiste bekend is gemaakt, is de bezwaartermijn niet aangevangen. Eiser heeft pas kennis genomen van het besluit van
2 maart 2011 door kennis te nemen van de inhoud van het dossier dat verweerder aan de rechtbank zond. Dit dossier is door de rechtbank op 23 november 2022 in de zaak met zaaknummer UTR 22/5280 toegestuurd aan eiser. Eiser merkt hierover op dat het toezenden van een procesdossier niet aangemerkt kan worden als bekendmaking van een besluit als bedoeld in artikel 3:41 van de Awb (ECLI:NL:CRVB:AW3037).
4. De rechtbank is het niet eens met eiser. In de uitspraak van de rechtbank van 20 maart 2023 (zaaknummer UTR 22/5280) heeft de rechtbank overwogen dat het besluit van 2 maart 2011 onherroepelijk is geworden. Het besluit is naar het oordeel van de rechtbank, anders dan eiser stelt wel op de voorgeschreven wijze bekend gemaakt en daartegen is niet binnen zes weken bezwaar gemaakt. Maar ook als eiser zou worden gevolgd dat het besluit niet op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt, is het bezwaarschrift toch te laat ingediend. Eiser heeft het besluit namelijk naar eigen zeggen op 23 november 2022 onder ogen gekregen. Eiser had daarom binnen zes weken daarna beroep moeten instellen (ECLI:NL:HR:2005:AT3985 en ECLI:NL:HR:2015:960).
5. Verweerder heeft dus terecht het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is daarom kennelijk ongegrond (artikel 8:54 van de Awb).
6. Eiser krijgt geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van
P.W. Hogenbirk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2023.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.