Bestuursrecht overig

Rechtbank Midden-Nederland · Eerste aanleg - enkelvoudig · Bestuursrecht overig

Rechtbank Midden-Nederland, 19 december 2023

Zaakgegevens

Op 19 december 2023 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
19 december 2023
Datum publicatie
7 februari 2024
Zaaknummer
UTR 22/3975-V
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2023:7478
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzet; ongegrond;

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 22/3975-V

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 december 2023 op het verzet van

[opposante] , te [woonplaats] , opposante,

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat opposante heeft ingediend tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de Belastingdienst/Toeslagen.

In de uitspraak van 8 november 2022 heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat opposante het griffierecht niet had voldaan.

Opposante heeft tegen deze uitspraak een verzetschrift ingediend.

Opposante heeft niet gevraagd om op een zitting te worden gehoord.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft de uitspraak van 8 november 2022 gedaan zonder dat zij een zitting heeft gehouden. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als over de uitkomst van de procedure in redelijkheid geen twijfel mogelijk is.

2. In deze zaak moet de rechtbank beoordelen of de rechtbank toen terecht heeft geoordeeld dat er geen twijfel over de uitkomst was en dat er dus geen zitting nodig was.

De rechtbank kijkt (nog) niet of opposante gelijk heeft met haar beroep. Dat gebeurt pas als de rechtbank van oordeel is dat haar uitspraak van 8 november 2022 niet juist was.

3. Volgens opposante is de uitspraak van de rechtbank van 8 november 2022 niet juist, omdat ze op 9 november 2022 het griffierecht heeft betaald.

4. De rechtbank is het niet eens met opposante. Vast staat dat opposante ten tijde van het doen van de uitspraak van 8 november 2022 nog geen griffierecht had betaald. Het griffierecht moet door de indiener van het beroep tijdig worden betaald. Als dit niet (op tijd) wordt betaald, dan moet de rechtbank het beroepschrift niet-ontvankelijk verklaren, tenzij hier een geldige reden voor is. Uit het voorgaande blijkt dat opposante niet een geldige reden heeft gegeven. De rechtbank heeft daarom bij uitspraak van 8 november 2022 terecht geoordeeld dat het beroep wegens het niet betalen van griffierecht kennelijk niet-ontvankelijk is.

5. Dit betekent dat het verzet ongegrond is en dat de uitspraak van de rechtbank van

8 november 2022 in stand blijft.

6. Omdat opposante het griffierecht alsnog, maar te laat heeft betaald, zal dit aan haar worden teruggestort.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van S. Ayyildiz, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 december 2023.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep.