Bestuursrecht overig

Rechtbank Midden-Nederland · Eerste aanleg - enkelvoudig · Bestuursrecht overig

Rechtbank Midden-Nederland, 30 juni 2023

Zaakgegevens

Op 30 juni 2023 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
30 juni 2023
Datum publicatie
5 januari 2026
Zaaknummer
UTR 22/1916-V
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2023:7803
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzet ongegrond;

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 22/1916 V

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 juni 2023 op het verzet van

[oppossante] , te [plaats] , opposante,

(gemachtigde: mr. K. Bozia),

Procesverloop

Opposante heeft beroep ingediend tegen het besluit op bezwaar van 10 februari 2022 van de Belastingdienst/Toeslagen.

In de uitspraak van 22 augustus 2022 heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Opposante is tegen deze uitspraak in verzet gegaan. De rechtbank heeft het verzet behandeld ter zitting van 4 april 2023. De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek gesloten. Daarna heeft de rechtbank de zaak op 4 april 2023 heropend. De nadere zitting heeft plaatsgevonden op 29 juni 2023. Opposante is verschenen, samen met haar gemachtigde.

De belastingdienst is zonder voorafgaand bericht niet verschenen.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft in de uitspraak van 22 augustus 2022 het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat opposante het griffierecht niet tijdig heeft betaald. Omdat de rechtbank geen twijfel had over de uitkomst van de zaak, heeft zij de uitspraak gedaan zonder eerst een zitting te houden. Dat mag op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

2. In deze zaak moet de rechtbank beoordelen of de rechtbank toen terecht heeft geoordeeld dat er geen twijfel over de uitkomst was en dat er dus geen zitting nodig was.

De rechtbank kijkt (nog) niet of opposante gelijk heeft met haar beroep. Dat gebeurt pas als de rechtbank van oordeel is dat de uitspraak van de rechtbank van 22 augustus 2022 niet juist was.

3. Volgens opposante is de uitspraak van de rechtbank van 22 augustus 2022 niet juist omdat zij een gedupeerde is van de kinderopvangtoeslagaffaire en haar altijd is gezegd dat juridische bijstand volledig kosteloos is. Opposante ging er vanuit dat de subsidieregeling van de Raad voor Rechtsbijstand (RvR) zou inhouden dat de kosten van rechtsbijstand bij het komen tot herstel van de situatie van onrecht voor gedupeerde nihil zouden zijn. Opposante verkeerde dan ook in de veronderstelling dat zij geen griffierecht hoefde te betalen. Toen zij toch een nota kreeg, heeft zij die nota bij haar gemeente neergelegd maar die kon haar verzoek niet op tijd in behandeling nemen. De advocaat van opposante heeft het griffierecht niet kunnen voorschieten, omdat zij alleen subsidie krijgt wanneer zij aan opposante geen kosten doorberekent. Daarom heeft opposante het griffierecht alsnog zelf betaald, maar dat was te laat. Opposante acht het in de aard van de onderhavige procedure dat ook de rechtbank dient mee te werken aan de regeling om gedupeerde rechtsbescherming te bieden

zonder dat daarvoor kosten gemaakt hoeven te worden.

4. Zoals in overwegingen 2. en 3. van de uitspraak van de rechtbank van 22 augustus 2022 is aangegeven, moet iemand die in beroep gaat het griffierecht (op tijd) betalen. Als iemand het griffierecht niet betaalt, is de hoofdregel dat het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard. Er is geen wettelijke grondslag voor het niet in rekening brengen van het griffierecht bij gedupeerden van de kinderopvangtoeslagaffaire. De door opposante genoemde omstandigheden waarom zij het griffierecht te laat heeft voldaan, leveren geen verschoonbare reden op voor de overschrijding van de termijn om het griffierecht te voldoen.

5. Dit betekent dat het verzet ongegrond is en dat de uitspraak van de rechtbank van

22 augustus 2022 in stand blijft.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van S. Ayyildiz, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2023.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep.