Bestuursrecht overig
Beroep niet tijdig beslissen op bezwaar lichte toets compensatie kinderopvangtoeslag. Er heeft inmiddels een…
Rechtbank Midden-Nederland, 29 maart 2024
ECLI:NL:RBMNE:2024:2073 · Rechtbank Midden-Nederland · 29 maart 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2024-2073
Zaakgegevens
Op 29 maart 2024 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 29 maart 2024
- Datum publicatie
- 5 april 2024
- Zaaknummer
- UTR 23/4422
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2024:2073
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beroep niet tijdig beslissen op bezwaar lichte toets compensatie kinderopvangtoeslag. Er heeft inmiddels een integrale herbeoordeling plaatsgevonden. Daarmee is de procedure over de lichte toets ingehaald. Eiseres mocht geen besluit meer verwachten, zodat het beroep onredelijk laat is ingediend. Het beroep is niet-ontvankelijk.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/4422
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 maart 2024 in de zaak tussen
[bewindvoerder]
, in zijn hoedanigheid van bewindvoerder van [eiseres], uit [woonplaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. R. Grijpstra),
en
Belastingdienst/Toeslagen, verweerder
(gemachtigde: mr. [gemachtigde] ).
Inleiding
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres op 8 september 2023 heeft ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar bezwaar van 8 november 2021 tegen de lichte toets compensatie kinderopvangtoeslag.
Op 25 september 2023 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.
Eiseres heeft een reactie gegeven op het verweerschrift.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.
2. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen. Het beroep is niet-ontvankelijk indien het beroepschrift onredelijk laat is ingediend.
3. Op 13 oktober 2022 heeft de rechtbank een eerder beroep van eiseres tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar gegrond verklaard en verweerder opgedragen uiterlijk 11 november 2022 alsnog een besluit op bezwaar bekend te maken. Op 16 november 2022 heeft verweerder een definitief besluit herbeoordeling kinderopvangtoeslag en een definitief besluit afwijzing compensatie kinderopvangtoeslag genomen. Met deze besluiten is de procedure over de lichte toets ingehaald, omdat daarmee de volledige herbeoordeling van eiseres haar verzoek van februari 2021 is verricht.
4. De rechtbank gaat voorbij aan de suggestieve verdenking van de gemachtigde van eiseres, inhoudende dat de besluiten van 16 november 2022 achteraf door verweerder voor de vorm zijn opgesteld en aan de rechtbank zijn toegestuurd. Hetgeen hij daartoe aandraagt is te summier. De door hem aangehaalde zin in een e-mail van een administratief juridisch medewerker van 12 september 2023 over het toekennen van een bestuurlijke dwangsom geeft daarvoor geen aanleiding, want deze ziet slechts op de ontvangst van een van de beschikkingen. Daar komt bij dat het de rechtbank ambtshalve bekend is dat verweerder toeschietelijk omgaat met het toekennen van bestuurlijke dwangsommen en dat de afdeling die daarover gaat niet goed in verbinding staat met de afdeling die de besluiten over de herbeoordeling neemt. Bovendien is het opvallend dat de gemachtigde wel op 17 april 2023 een voorlopig bezwaarschrift heeft ingediend tegen de beschikkingen, waarvan hij op dat moment zegt ze niet te hebben ontvangen maar die wel zijn geadresseerd (onder andere) aan zijn adres.
5. De rechtbank is van oordeel dat het door eiseres ingestelde beroep als onredelijk laat kan worden beschouwd. Voor de beoordeling van de vraag of het beroep onredelijk laat is ingediend, is het van belang om vast te stellen of eiseres op het moment dat zij beroep instelde redelijkerwijs nog een besluit van verweerder mocht verwachten. De rechtbank is van oordeel dat dit niet het geval is, gelet op het tijdsverloop van 10 maanden sinds 11 november 2022 en het inmiddels genomen besluit van 16 november 2022. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, rechter, in aanwezigheid van mr. M.L. Bressers, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 29 maart 2024.
|
griffier |
rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.