Bestuursrecht overig
Rechtbank Midden-Nederland · Eerste aanleg - enkelvoudig · Bestuursrecht overig
Rechtbank Midden-Nederland, 29 januari 2025
ECLI:NL:RBMNE:2025:180 · Rechtbank Midden-Nederland · 29 januari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2025-180
Zaakgegevens
Op 29 januari 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 29 januari 2025
- Datum publicatie
- 28 januari 2025
- Zaaknummer
- 24/587
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2025:180
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Pkv.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/587
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 januari 2025 in de zaak tussen
[verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster
(gemachtigde: mr. R. Grijpstra),
en
Dienst Toeslagen, kantoor [kantoor]
(gemachtigde: mr. [gemachtigde] ).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van Dienst Toeslagen in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar van 25 juli 2023 tegen een besluit van Dienst Toeslagen van 26 mei 2021 met kenmerk UHT-B DMB2. Zij heeft het beroep op 25 november 2024 ingetrokken omdat Dienst Toeslagen op 13 juni 2024 alsnog op haar bezwaar heeft beslist.
2. Verweerder heeft de rechtbank op 25 juli 2024 medegedeeld zich niet te verzetten tegen toewijzing van het verzoek om proceskostenvergoeding.
3. De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
Beoordeling door de rechtbank
4. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
5. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.
Is Dienst Toeslagen aan verzoekster tegemoetgekomen?
6. De rechtbank moet dus beoordelen of Dienst Toeslagen geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen.
7. Op 30 januari 2024 heeft verzoekster beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar. Dienst Toeslagen heeft dit besluit op 13 juni 2024 alsnog genomen. Hiermee is Dienst Toeslagen tegemoetgekomen aan het beroep van verzoekster.
Welk bedrag aan proceskosten moet Dienst Toeslagen aan verzoekster vergoeden?
8. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoekster krijgt een vergoeding van haar proceskosten. Dienst Toeslagen moet deze vergoeding betalen. De rechtbank stelt de proceskosten van verzoekster vast op een bedrag van € 453,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907,00, waarbij een wegingsfactor wordt gehanteerd van 0,5).
Krijgt verzoekster een vergoeding van het griffierecht?
9. De rechtbank wijst erop dat Dienst Toeslagen verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 51,- te vergoeden.Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot Dienst Toeslagen wenden.
Beslissing
De rechtbank veroordeelt Dienst Toeslagen tot betaling van € 453,50 aan proceskosten aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van mr. N.A.P. Vrijsen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 29 januari 2025.
|
griffier |
rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.