Bestuursrecht overig

Het beroep van eiser tegen het niet tijdig nemen van een besluit is kennelijk niet-ontvankelijk, omdat het…

Rechtbank Midden-Nederland, 5 september 2025

Zaakgegevens

Op 5 september 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
5 september 2025
Datum publicatie
30 september 2025
Zaaknummer
UTR 24/4059
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2025:5121
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Het beroep van eiser tegen het niet tijdig nemen van een besluit is kennelijk niet-ontvankelijk, omdat het zowel verweerder als de rechtbank niet duidelijk is waarop het beroep van eiser betrekking heeft.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 24/4059


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 september 2025 in de zaak tussen


[eiser] , uit [plaats] , eiser

en

het College van procureurs-generaal, verweerder

(gemachtigde: mr. S.C. van Hensbeek).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het niet tijdig nemen van een besluit.

1.1.

Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Eiser heeft op 4 mei 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit. In zijn beroepschrift vermeldt eiser – onsamenhangend – allerlei verzetten op grond van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg) en ingebrekestellingen. Daarbij heeft hij een aantal documenten (e-mails en brieven) gevoegd. Omdat het de rechtbank en ook verweerder, na ontvangst van de stukken, niet duidelijk was waarop het beroep van eiser betrekking had, heeft de rechtbank eiser om verduidelijking gevraagd.

3. Eiser heeft daarop gereageerd en opnieuw een aantal stukken ingestuurd. Verweerder heeft de rechtbank daarop bericht dat het hem naar aanleiding van deze stukken duidelijker is geworden waar het door eiser genoemde verzet betrekking op heeft. Om eiser tegemoet te komen, neemt verweerder het verzet alsnog in behandeling.

4. Op het moment dat eiser beroep instelde was het noch voor verweerder noch voor de rechtbank duidelijk waarover dit ging. Gelet hierop mocht eiser op dat moment redelijkerwijs geen besluit van verweerder verwachten. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk.

5. Tot slot merkt de rechtbank nog het volgende op. De rechtbank heeft eiser eerder al in overweging gegeven om een advocaat of andere rechtsbijstandsverlener te zoeken, die hem kan helpen bij het indienen van aanvragen en het zo nodig voeren van procedures, omdat het voor eiser moeilijk is om zich op papier goed uit te drukken. Dit leidt tot verwarring en onduidelijkheid bij verweerder(s) en de rechtbank en helpt eiser niet bij het uitoefenen van zijn rechten. De rechtbank drukt eiser daarom nogmaals op het hart om hier werk van te maken.


Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van mr. M.L. Bressers, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 5 september 2025.

de griffier is verhinderd deze uitspraak

te ondertekenen

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

In de uitspraak van 27 mei 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:3391.