Bestuursrecht overig

Rechtbank Midden-Nederland · Eerste aanleg - enkelvoudig · Bestuursrecht overig

Rechtbank Midden-Nederland, 15 oktober 2025

Zaakgegevens

Op 15 oktober 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
15 oktober 2025
Datum publicatie
10 november 2025
Zaaknummer
4/1958
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2025:5997
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Woo

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 24/1958

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 oktober 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lopik, verweerder.

Inleiding

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingesteld op 19 maart 2024, omdat verweerder volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn verzoek om informatie op grond van de Wet open overheid (Woo).


Verweerder heeft een verweerschrift ingediend en op 21 mei 2024 alsnog een Woo-besluit heeft genomen.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.

2. Procesbelang is het belang dat bestaat bij de uitkomst van de procedure, dus wat de rechtzoekende concreet met het beroep wil of kan bereiken. Dit gaat niet om de vraag of de rechtzoekende gelijk heeft. Het gaat erom dat de rechtzoekende een reëel en actueel belang heeft bij het gelijk, als hij dat in de beroepsprocedure zou krijgen. De vraag of er procesbelang is, wordt daarom beantwoord naar de stand van zaken op het moment van het beoordelen van het beroep. De bestuursrechter doet geen uitspraken uitsluitend vanwege de principiële betekenis ervan.

3. Verweerder heeft op 21 mei 2024 beslist op het verzoek van eiser om informatie op grond van de Woo. Eiser heeft daarom geen belang bij zijn beroep gericht tegen het niet tijdig beslissen. Daarom moet het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.

4. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

5. De rechtbank ziet wel aanleiding om verweerder te veroordelen in de betaling van het griffierecht van eiser. Eiser heeft namelijk terecht beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen. Verweerder heeft namelijk te laat beslist op het Woo-verzoek en het besluit van 21 mei 2024 is pas genomen nadat eiser het beroep niet tijdig beslissen heeft ingesteld bij deze rechtbank.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;

- draagt verweerder op het door eiser betaalde griffierecht van € 187,- aan hem te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van

A.C. van de Biesebos, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 oktober 2025.

de griffier is verhinderd deze uitspraak

te ondertekenen

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit volgt uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling), zie bijvoorbeeld de uitspraak van 24 augustus 2005, ECLI:NL:RVS:2005:AU1396.