Bestuursrecht overig

Geen griffierecht; verzet gegrond;

Rechtbank Midden-Nederland, 21 november 2025

Zaakgegevens

Op 21 november 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
21 november 2025
Datum publicatie
5 januari 2026
Zaaknummer
UTR 24/4460-V
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2025:7109
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Geen griffierecht; verzet gegrond;

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 24/4460-V

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 november 2025 op het verzet van

[oppossante] , te [plaats] België, opposante,

Procesverloop

Opposante heeft beroep ingediend tegen het niet tijdig nemen van een besluit op het verzoek om herbeoordeling (in het kader van de kinderopvangtoeslag).

In de uitspraak van 20 augustus 2024 heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Opposante heeft tegen deze uitspraak een verzetschrift ingediend.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft de uitspraak van 20 augustus 2024 gedaan zonder dat zij een zitting heeft gehouden. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als over de uitkomst van de procedure in redelijkheid geen twijfel mogelijk is.

2. In deze verzetsprocedure is de beoordeling van de rechtbank beperkt tot de vraag of haar uitspraak van 20 augustus 2024 in stand kan blijven. Zo ja, dan is het verzet ongegrond en blijft de eerdere uitspraak in stand. Zo nee, dan is het verzet gegrond en vervalt de eerdere uitspraak.

3. De rechtbank heeft in haar uitspraak van 20 augustus 2024 geoordeeld dat het beroep niet-ontvankelijk is, omdat opposante het verschuldigde griffierecht te laat had voldaan. Op

5 juli 2024 heeft de rechtbank een aangetekende brief gestuurd aan opposante. In die brief stond vermeld dat opposante het griffierecht binnen twee weken nadien moest voldoen. De rechtbank heeft vervolgens geconstateerd dat het griffierecht op 7 augustus 2024 is ontvangen door de rechtbank. Dit is te laat.

4. Volgens opposante is de uitspraak van de rechtbank van 20 augustus 2024 niet juist.

Opposante betwist namelijk dat zij de aangetekende brief van 5 juli 2024 heeft ontvangen.

Vervolgens heeft opposante aangegeven dat zij zelf contact heeft opgenomen met de rechtbank en heeft aangegeven dat zij geen griffierecht nota heeft ontvangen. Opposante heeft de griffierecht nota per e-mail van de rechtbank ontvangen en heeft vervolgens het griffierecht meteen overgemaakt.

5. De rechtbank is het eens met opposante. De recente problemen omtrent de bezorging van aangetekende post door PostNL, in combinatie met de door opposante gegeven toelichting, zorgen ervoor dat de rechtbank er niet zeker van kan zijn dat de brief van

5 juli 2024 daadwerkelijk is bezorgd.

6. Dit betekent dat opposante gelijk krijgt. Het verzet is dus gegrond en de uitspraak van

20 augustus 2024 vervalt (artikel 8:55, negende lid, van de Awb). Het vervallen van de eerdere uitspraak betekent dat de rechtbank de behandeling van het beroep (mede gericht tegen het alsnog genomen besluit) zal voortzetten. Opposante krijgt over de verdere behandeling nog bericht.

7. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet gegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Lenstra, rechter, in aanwezigheid van S. Ayyildiz, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 november 2025.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep.