Bestuursrecht overig
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de beslissing van de Autoriteit…
Rechtbank Midden-Nederland, 14 juli 2025
ECLI:NL:RBMNE:2025:8033 · Rechtbank Midden-Nederland · 14 juli 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2025-8033
Zaakgegevens
Op 14 juli 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 14 juli 2025
- Datum publicatie
- 9 oktober 2026
- Zaaknummer
- UTR 24/4025
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2025:8033
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de beslissing van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) om af te zien van het uitvoeren van een nader onderzoek naar een klacht van eiser over AVROTROS.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/4025
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 juli 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
en
Autoriteit Persoonsgegevens, verweerder
(gemachtigden: mr. E. Nijhoff en mr. N. Hmoumou)
als derde partij heeft aan het geding deelgenomen: de Vereniging AVROTROS, te Hilversum
(gemachtigde: mr. J. van Dorp).
Procesverloop
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de beslissing van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) om af te zien van het uitvoeren van een nader onderzoek naar een klacht van eiser over AVROTROS.
Eiser heeft op 23 januari 2023 een klacht ingediend bij de AP vanwege een datalek bij AVROTROS. AVROTROS maakt verbanningen van forumgebruikers op het forum van het programma Radar openbaar en de verwerking daarvan zou volgens eiser leiden tot ongeoorloofde verstrekking van persoonsgegevens. Verder heeft eiser een klacht ingediend vanwege de manier waarop AVROTROS met zijn inzageverzoek is omgegaan.
Met het besluit van 7 maart 2023 (het primaire besluit) heeft de AP de klacht beoordeeld en besloten de klacht niet nader te onderzoeken. Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt op 23 maart 2023.
Met het besluit van 16 mei 2024 (de beslissing op bezwaar) heeft de AP het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 12 juni 2025 op een zitting behandeld. Hierbij waren aanwezig: de gemachtigden van de AP, en namens AVROTROS [A] en [B] en de gemachtigde. Eiser heeft aan de zitting deelgenomen via een telefoonverbinding.
Beoordeling door de rechtbank
Er is geen sprake van misbruik van recht
2. AVROTROS is van mening dat eiser met zijn klacht bij de AP en het instellen van dit beroep misbruik van recht maakt, omdat over hetzelfde onderliggende geschil eerder tot aan het hof in een civiele procedure is geprocedeerd.
3. Zoals de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) eerder heeft overwogen kan op grond van artikel 13, gelezen in verbinding met artikel 15, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, de bevoegdheid om bij de bestuursrechter beroep in te stellen niet worden ingeroepen voor zover deze bevoegdheid wordt misbruikt. Deze artikelen verzetten zich tegen inhoudelijke behandeling van een bij de bestuursrechter ingesteld beroep in geval van misbruik van recht en bieden een wettelijke grondslag voor niet-ontvankelijkverklaring van zo’n beroep. Daarvoor zijn zwaarwichtige gronden vereist, die onder meer aanwezig zijn als rechten of bevoegdheden zo evident zijn aangewend zonder redelijk doel of voor een ander doel dan waarvoor zij zijn gegeven, dat het aanwenden van die rechten of bevoegdheden blijk geeft van kwade trouw. Het aannemen van misbruik van het recht betekent feitelijk dat een rechtsgang wordt ontzegd aan eiser. Daar moet terughoudend mee om worden gegaan. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het recht om te procederen het uitgangspunt is. Dat eiser gebruikt maakt van zijn civielrechtelijke én bestuursrechtelijke procedeermogelijkheden is dus geen misbruik van recht. Van kwade trouw is niet gebleken, waardoor er geen sprake is misbruik van recht. De rechtbank zal dan ook het beroep inhoudelijk behandelen.
De AP mocht de klacht in behandeling nemen
4. AVROTROS heeft verder aangevoerd dat de AP niet bevoegd was om de klacht van eiser in behandeling te nemen. In de civiele zaak heeft het Hof Arnhem-Leeuwarden namelijk geoordeeld dat de moderatie op het Radarforum onder de journalistieke exceptie valt.
5. De AP heeft op de zitting toegelicht dat de vraag of de journalistieke exceptie van toepassing is afhankelijk is van de precieze feiten. In het arrest van het Hof ging het over de moderatie op het forum en het opvragen van informatie over de beslissingen die daarover door AVROTROS worden gemaakt. Dat valt onder de journalistieke exceptie. Bij de beoordeling door de AP gaat het niet over het modereren op zich, maar over de keuze van AVROTROS om een verbanning van een forumlid vervolgens inclusief gebruikersnaam op het forum te publiceren. Op basis van het arrest van het Hof is het volgens de AP niet duidelijk of de publicatie van de verbanning ook onder de journalistieke exceptie valt. Bovendien is de journalistieke exceptie ook geen vrijbrief voor alle verwerkingen. De AP heeft de klacht wel in behandeling genomen, zodat (onder meer) die vraag aan de orde kon worden gesteld.
6. Naar het oordeel van de rechtbank was de AP wel bevoegd om de klacht van eiser in behandeling te nemen. Nader onderzoek had er vervolgens toe kunnen leiden dat de AP zich alsnog onbevoegd zou verklaren, maar zo ver is het niet gekomen omdat de AP heeft afgezien van nader onderzoek.
De AP mocht ervoor kiezen om af te zien van nader onderzoek
7. De rechtbank beoordeelt of de AP in redelijkheid heeft kunnen afzien van het uitvoeren van een nader onderzoek. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
8. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dit betekent dat de AP ervoor mocht kiezen om geen nader onderzoek uit te voeren. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
9. Op grond van de AVG heeft een betrokkene recht om een klacht in te dienen bij de AP over vermeende inbreuken ten aanzien van eigen persoonsgegevens. Op grond van artikel 57, eerste lid, aanhef en onder f, van de AVG wordt een klacht onderzocht in de mate waarin dat gepast is. De AP heeft daarbij een zekere beoordelingsruimte.
10. De AP heeft opgemerkt en toegelicht dat zij jaarlijks tienduizenden klachten ontvangt en dat haar capaciteit beperkt is. Om die reden kan de AP niet naar alle klachten, of niet op alle onderdelen, uitgebreid onderzoek doen en moet de AP daarin keuzes maken. De AP heeft daarom een vaste werkwijze om klachten te beoordelen en te bepalen welke klachten wel en niet (nader) worden onderzocht. Deze werkwijze is vastgelegd in de Beleidsregels prioritering klachtenonderzoek (het beleid). Daarin is bepaald dat de AP allereerst beoordeelt of de klacht voldoet aan de formele vereisten en daarna een zogenoemde ‘eerste inhoudelijke beoordeling’ maakt van de klacht. In die eerste beoordeling beoordeelt de AP op basis van de inhoud van de klacht of het gaat om een verwerking van persoonsgegevens die de klager betreft en of er al dan niet sprake is van een overtreding van de AVG.
11. Als uit de eerste inhoudelijke beoordeling volgt dat mogelijk sprake is van een overtreding, maar deze nog niet kan worden vastgesteld, maakt de AP een afweging of er aanleiding is voor nader onderzoek via toetsing aan het prioriteringsbeleid. Daarbij hanteert de AP de volgende (niet cumulatieve) factoren om te bepalen of een klacht prioriteit heeft:
a. a) De mate waarin de betrokkene wordt geraakt door de vermeende overtreding;
b) De bredere maatschappelijke betekenis van een eventueel optreden van de AP, mede bezien vanuit de aandachtspunten die de AP op periodieke basis bekend maakt;
c) De mate waarin de AP in staat is doeltreffend en doelmatig op te treden.
12. Als de toetsing aan de prioriteringscriteria leidt tot het oordeel dat de klacht of het verzoek om handhaving daar in onvoldoende mate aan voldoet, dan wordt de klacht niet verder behandeld.
13. De rechtbank merkt op dat de AP in redelijkheid een prioriteringsbeleid mag hanteren. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft namelijk geoordeeld dat het niet onredelijk is dat de AP aan de hand van een globaal bureauonderzoek beoordeelt of zich een mogelijke overtreding heeft voorgedaan en dat het is toegestaan om een prioriteringsbeleid te hanteren. De AP moet bovendien klachten alleen behandelen in de mate waarin dat gepast is.
14. In deze zaak heeft de AP een eerste inhoudelijke beoordeling uitgevoerd en geconcludeerd dat zij op basis van de beschikbare informatie in het dossier niet heeft kunnen vaststellen of sprake is van een overtreding. Zo acht de AP het verwerken van persoonsgegevens voor het modereren van een forum op zichzelf geen overtreding van de AVG. Ditzelfde geldt voor het publiceren van een beslissing van een moderator. AVROTROS heeft daarvoor op zichzelf een gerechtvaardigd belang in de zin van de eerste voorwaarden van artikel 6, eerste lid, onder f, van de AVG. Maar dit wil nog niet zeggen dat aan alle voorwaarden van de grondslag wordt voldaan. Voor de beoordeling of de verwerking noodzakelijk is voor de behartiging van de gerechtvaardigde belangen van AVROTROS en of de belangenafweging in het voordeel van eiser dient uit te vallen, is dan ook nader onderzoek nodig. Over de klacht over de manier waarop AVROTROS met eisers inzageverzoek is omgegaan concludeert de AP het volgende. Uit het dossier volgt dat AVROTROS wel enige mate van inzage heeft verleend. Het inzagerecht is echter niet absoluut. Om vast te kunnen stellen of AVROTROS artikel 15 van de AVG heeft geschonden, zal de AP ook nader onderzoek moeten doen.
15. Eiser vindt dat de AP bij de eerste inhoudelijke beoordelingstoets al meer onderzoek had moeten doen. Bijvoorbeeld door zelf op het Radarforum naar meer vergelijkbare gevallen te zoeken. De AP heeft op de zitting aangegeven dat het bij de eerste inhoudelijke toets gaat om het maken van een grove schifting. In eerste instantie wordt gekeken of er overduidelijk sprake is van een overtreding of niet. De klachten die vallen onder de categorie waarvan niet per direct kan worden geoordeeld of er al dan niet sprake is van een overtreding worden getoetst aan het prioriteringsbeleid. De rechtbank is van oordeel dat de AP niet zelf onderzoek hoefde te verrichten op de website van AVROTROS om te kijken of er vaker sprake is van een dergelijke publicatie. Dat past namelijk niet bij het karakter van de eerste inhoudelijke toets.
16. De AP is niet toegekomen aan het uitvoeren van nader onderzoek. Daarvoor geeft de AP de volgende redenen:
- Eiser heeft onlangs een civiele procedure als bedoeld in artikel 35, van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming gevoerd. De AP heeft geen aanleiding gezien om in aanvulling op deze procedure verdergaand onderzoek te verrichten, omdat dezelfde kwestie dan zou voorliggen in zowel de civiele procedure tegen AVROTROS als in een procedure bij de AP en een eventueel daaropvolgende bestuursrechtelijke procedure. De AP wil in het belang van de rechtszekerheid de situatie voorkomen waarin de AP en de civiele rechter tegenstrijdige beslissingen nemen.
- Daarnaast geldt voor zowel de vraag of AVROTROS zich voor de persoonsgegevensverwerking kan beroepen op de grondslag gerechtvaardigd belang als de vraag of AVROTROS artikel 15 van de AVG heeft geschonden dat een eventueel optreden van de AP geen bredere maatschappelijke betekenis heeft. De vermeende overtreding van AVROTROS raakt namelijk alleen deze specifieke inzage en deze specifieke verwerking. In dit verband is ook van belang dat het onderwerp van de vermeende overtreding niet valt binnen de thema's die de AP in 2024 centraal heeft gesteld, omdat dit impactvolle onderwerpen zijn waar organisaties dagelijks mee bezig zijn en die burgers dagelijks beïnvloeden.
- Verder heeft de AP afgezien van het doen van nader onderzoek omdat een optreden in deze zaak niet efficiënt en effectief zou zijn. Op basis van het dossier is duidelijk dat deze klacht onderdeel uitmaakt van een groter geschil tussen eiser en AVROTROS over de beslissing van de moderator op zichzelf. Een eventueel optreden van de AP over de behandeling van het inzageverzoek en de publicatie van de ban zou, in het licht van het bredere geschil bezien, geen verschil maken. Daarbij is ook van belang dat de ban is opgeheven en eiser al lange tijd weer is toegelaten op het forum.
17. Eiser is het hier niet mee eens. Hij wijst erop dat zijn geval niet op zichzelf staat, maar dat er meer verbanningen en maatregelen met vermelding van gebruikersnamen op het Radarforum zijn gepubliceerd. Hij heeft dit onderbouwd met links naar het forum. De AP heeft op de zitting aangegeven dat dit de balans niet laat doorslaan.
18. De rechtbank is van oordeel dat de AP mocht afzien van het uitvoeren van een nader onderzoek. De AP heeft namelijk voldoende gemotiveerd en op de zitting toegelicht dat het afzien van het uitvoeren van een nader onderzoek in lijn is met het door haar gevoerde prioriteringsbeleid. Niet elke klacht kan (uitgebreid) onderzocht worden. De verbanning van het Radarforum had impact op eiser en mogelijk op andere gebruikers, maar dat betekent nog niet dat deze klacht voor de AP prioriteit moet hebben. De AP moet nu eenmaal keuzes maken en dat heeft als consequentie dat een deel van de klachten niet uitgebreid wordt onderzocht. Naar het oordeel van de rechtbank mocht de AP ervoor kiezen om na de eerste toets het onderzoek naar de klacht van eiser stop te zetten.
De AP hoeft geen dwangsom aan eiser te betalen
19. Eiser voert aan dat hij in een e-mailbericht van 22 april 2024 de AP in gebreke heeft gesteld, omdat de AP niet tijdig een beslissing heeft genomen op zijn bezwaar. Deze per e-mail verzonden ingebrekestelling was gericht aan de behandelaar van het bezwaar. Eiser heeft in beroep en op de zitting aangevoerd dat hij ervan mocht uitgaan dat de ingebrekestelling per e-mail mocht worden verstuurd, omdat hij in de bezwaarprocedure ook via e-mail contact heeft gehad met de behandelaar van het bezwaar. Omdat de AP niet binnen twee weken na de ingebrekestelling heeft beslist op zijn bezwaar is de AP volgens eiser een dwangsom verschuldigd.
20. De AP heeft op de zitting uiteengezet waarom voor ingebrekestellingen een andere werkwijze is gehanteerd en waarom aan deze werkwijze wordt vastgehouden. Hierbij is toegelicht dat de ingebrekestellingen niet worden afgehandeld door de behandelaars van de bezwaarschriften, maar door ander ondersteunend personeel en dat de werkprocessen daarop zijn ingesteld. Ook is toegelicht dat er wel een elektronische weg is geopend voor de ingebrekestellingen, namelijk via een webformulier, maar dat ook nu nog steeds geldt dat een per e-mail verzonden ingebrekestelling niet geaccepteerd wordt. De AP heeft ook verwezen naar een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep over een vergelijkbare situatie.
21. De rechtbank is van oordeel dat de AP dit e-mailbericht niet hoefde aan te merken als een geldige ingebrekestelling, omdat eiser de ingebrekestelling per e-mail heeft ingediend en niet is gebleken dat de AP die elektronische weg uitdrukkelijk heeft opengesteld voor het indienen van ingebrekestellingen. Een bestuursorgaan kan op grond van artikel 2:15 van de Algemene wet bestuursrecht de elektronische weg openen voor zover het dat wenselijk acht, waarbij differentiatie mogelijk is. Ook kan het bestuursorgaan aan de toegang tot de elektronische weg bepaalde nadere eisen stellen. Het bestuursorgaan kan daarin eigen keuzes maken. Gelet op de toelichting van de AP op de zitting acht de rechtbank de gehanteerde werkwijze en het onderscheid dat wordt gemaakt niet onredelijk. De AP heeft dan ook in redelijkheid mogen besluiten om de per e-mail verzonden ingebrekestelling niet te accepteren en in behandeling te nemen. Hierbij acht de rechtbank ook van belang dat, na ontvangst van het e-mailbericht met de ingebrekestelling, eiser meteen is geïnformeerd dat de elektronische weg niet openstond en dat de ingebrekestelling per post moest worden verzonden, met vermelding van het postadres. Eiser heeft ervoor gekozen om dat niet te doen.
22. Omdat er geen sprake is van een geldige ingebrekestelling is de AP geen dwangsom verschuldigd aan eiser.
Conclusie en gevolgen
23. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en de AP mocht afzien van het uitvoeren van een nader onderzoek. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug.
24. Het verzoek van AVROTROS om eiser te veroordelen in de door haar gemaakte proceskosten wordt afgewezen, omdat er geen sprake is van misbruik van recht.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van der Knijff, rechter, in aanwezigheid van mr. A.L.K. Dagmar, griffier. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 14 juli 2025.
|
griffier |
rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.