Bestuursrecht overig

Rechtbank Midden-Nederland · Eerste aanleg - enkelvoudig · Bestuursrecht overig

Rechtbank Midden-Nederland, 3 april 2026

Zaakgegevens

Op 3 april 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
3 april 2026
Datum publicatie
28 april 2026
Zaaknummer
UTR 25/88
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2026:1996
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

PKV.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 25/88

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 april 2026 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker,

(gemachtigde: mr. J. Welles)

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv),

(gemachtigde: J.H. Swart).

Overwegingen

1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten. De rechtbank doet deze uitspraak zonder partijen voor een zitting uit te nodigen, omdat zij vindt dat zij voldoende informatie heeft om het verzoek te beoordelen.

2. Deze zaak gaat over het besluit van het Uwv van 7 november 2024. In deze beslissing liet het Uwv aan verzoeker weten dat hij vanaf 6 november 2024 recht heeft op een WIA-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 58,83%. Tegen dit besluit is door verzoeker bezwaar gemaakt. Met de beslissing op bezwaar van
10 december 2024 is het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing op bezwaar heeft verzoeker beroep ingediend. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

3. Op 11 februari 2026 heeft het Uwv een gewijzigde beslissing op het bezwaar van verzoeker genomen. Het Uwv heeft met deze beslissing aan verzoeker laten weten dat hij per 6 november 2024 voor 100% arbeidsongeschikt wordt geacht. Hierop heeft verzoeker zijn beroep ingetrokken met het verzoek het Uwv te veroordelen in de proceskosten die hij heeft gemaakt. Het Uwv heeft aangegeven akkoord te gaan met een forfaitaire vergoeding, welke ziet op het indienen van een beroepschrift.

4. De rechtbank veroordeelt het Uwv in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 934,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934,- en wegingsfactor 1).

5. Het Uwv moet ook het griffierecht aan verzoeker betalen. Dit volgt rechtstreeks uit de wet. In dit geval gaat het om een bedrag van € 53,-.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het Uwv tot betaling van € 934,-? aan proceskosten. Het Uwv moet dit bedrag betalen aan verzoeker.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Willemse, rechter, in aanwezigheid van
P.W. Hogenbirk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 april 2026.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Artikel 8:41, zevende lid, van de Algemene wet bestuursrecht.