Bestuursrecht overig
Buiten zitting. Beroep niet-ontvankelijk. Geen beroepsgronden.
Rechtbank Midden-Nederland, 8 juli 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:4255 · Rechtbank Midden-Nederland · 8 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2026-4255
Zaakgegevens
Op 8 juli 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 8 juli 2026
- Datum publicatie
- 14 juli 2026
- Zaaknummer
- UTR 24/6666
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2026:4255
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Buiten zitting. Beroep niet-ontvankelijk. Geen beroepsgronden.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/3887
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 juli 2026 in de zaak tussen
[eiser] , eiser
en
de Gemeente Lelystad, de teamleider Geo-informatie en Belastingen van de afdeling Dienstverlening, verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 15 mei 2025 heeft verweerder het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard. Eiser heeft tegen dit besluit op 11 november 2024 beroep ingesteld.
Beoordeling door de rechtbank
1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Bij het instellen van beroep, moeten op grond van artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb in het beroepschrift de gronden van het beroep worden vermeld. Dat houdt in: zeggen op welke specifieke punten hij of zij het niet eens is met het bestreden besluit. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
3. Verweerder heeft het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Eiser heeft in zijn beroepschrift geen gronden aangevoerd waarom hij het niet eens is met het besluit. Eiser heeft alleen artikelen uit de Legesverordening Lelystad 2024 opgesomd. Bij brieven van 7 juli 2025, 7 augustus 2025 en 8 september 2025 heeft de rechtbank eiser verzocht alsnog de gronden van het beroep kenbaar te maken die zien op het niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaar. Aan dit verzoek heeft eiser geen gevolg gegeven.
4. Onder deze omstandigheden stelt de rechtbank vast dat eiser geen beroepsgronden heeft aangevoerd. Nu eiser hiertoe meerdere keren in de gelegenheid is gesteld en hij de gronden niet heeft ingediend, is de rechtbank van oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is.
Conclusie en gevolgen
6. Het beroep is niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van S.N. Lekatompessij, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 8 juli 2026.
|
griffier |
rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.