Bestuursrecht overig

geen griffierecht; verzet ongegrond;

Rechtbank Midden-Nederland, 26 mei 2026

Zaakgegevens

Op 26 mei 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
26 mei 2026
Datum publicatie
15 juli 2026
Zaaknummer
UTR 25/4741
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2026:4313
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

geen griffierecht; verzet ongegrond;

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 25/4741-V

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 mei 2026 op het verzet van

[opposant] , te [plaats] , opposant,

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van 25 juni 2025 dat eiser heeft ingesteld tegen het besluit van verweerder.

In de uitspraak van 2 maart 2026 heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Opposant is tegen deze uitspraak in verzet gegaan.

Opposant heeft niet gevraagd om op een zitting te worden gehoord.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft in de uitspraak van 2 maart 2026 het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat opposant het griffierecht niet heeft betaald. Omdat de rechtbank geen twijfel had over de uitkomst van de zaak, heeft zij de uitspraak gedaan zonder eerst een zitting te houden. Dat mag op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

2. In deze zaak moet de rechtbank beoordelen of de rechtbank toen terecht heeft geoordeeld dat er geen twijfel over de uitkomst was en dat er dus geen zitting nodig was.

De rechtbank kijkt (nog) niet of opposant gelijk heeft met zijn beroep. Dat gebeurt pas als de rechtbank van oordeel is dat de uitspraak van de rechtbank van 2 maart 2026 niet juist was.

3. Volgens opposant is de uitspraak van de rechtbank van 2 maart 2026 niet juist omdat opposant betrokken is geweest bij een ernstig auto-ongeluk. Als gevolg hiervan was hij in de betreffende periode niet in staat zijn administratieve en juridische zaken naar behoren te regelen. Opposant voert verder aan dat hij door deze omstandigheden de brief met betrekking tot het griffierecht niet tijdig heeft kunnen opvolgen.

4. De rechtbank is het niet eens met opposant, omdat hij zijn medische situatie niet met stukken heeft onderbouwd.
5. Dit betekent dat het verzet ongegrond is en dat de uitspraak van de rechtbank van

2 maart 2026 in stand blijft.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van S. Ayyildiz, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2026.

De griffier is niet in de gelegenheid
te ondertekenen

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep.