Bestuursrecht overig
Brede ondersteuning op grond van de Wht. Verweerder heeft de aanvraag gedeeltelijk kunnen afwijzen, omdat de…
Rechtbank Midden-Nederland, 20 juli 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:4657 · Rechtbank Midden-Nederland · 20 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2026-4657
Zaakgegevens
Op 20 juli 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Almere
- Datum uitspraak
- 20 juli 2026
- Datum publicatie
- 23 juli 2026
- Zaaknummer
- UTR 26/2605
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2026:4657
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Brede ondersteuning op grond van de Wht. Verweerder heeft de aanvraag gedeeltelijk kunnen afwijzen, omdat de verzochte voorzieningen niet noodzakelijk zijn.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Almere
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 26/2605
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 juli 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. P.W.E. Ros),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere, het college
(gemachtigde: mr. L. Sakka).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de gedeeltelijke afwijzing van de aanvraag van eiseres om brede ondersteuning op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Eiseres is het niet eens met de beslissing op haar bezwaar. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de afgewezen voorzieningen niet ten onrechte heeft afgewezen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Met het besluit van 27 februari 2025 (het primaire besluit) heeft het college de aanvraag van eiseres voor brede ondersteuning deels afgewezen. Eiseres is het niet eens met dit besluit en heeft daartegen bezwaar gemaakt.
Met het besluit van 2 maart 2026 (het bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van eiseres gedeeltelijk gegrond verklaard.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 10 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, mr. L. Hofman als waarnemer van de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het college.
Beoordeling door de rechtbank
Totstandkoming van het bestreden besluit
3. Eiseres is aangemerkt als gedupeerde van de toeslagenaffaire en komt daarom in aanmerking voor brede ondersteuning. Zij heeft op 30 december 2024 een aanvraag ingediend voor brede ondersteuning op het gebied van wonen, gezin en gezondheid.
Het college heeft de aanvraag met het primaire besluit deels toegewezen. Eiseres krijgt een bedrag van € 8.796,80 aan financiële ondersteuning toegekend voor een deel van de door eiseres gevraagde voorzieningen op het gebied van wonen en gezondheid. Het betreft een vergoeding voor een salon- en eettafel met eettafelstoelen, een toiletreparatie, een bed inclusief matras, laminaat met legkosten, een kookplaat, € 180,- voor een bril, zwemlessen, electric fitness en een electric fitness pak. De overige gevraagde voorzieningen komen, volgens het college, niet in aanmerking voor brede ondersteuning omdat deze niet noodzakelijk zijn voor het maken van een nieuwe start.
Met het bestreden besluit heeft het college het bezwaar van eiseres gedeeltelijk gegrond verklaard en alsnog een vergoeding toegekend voor trapmatten, materialen inclusief wastafel, glazen van de eerste bril en een nog aan te leveren offerte voor het verwijderen van de carport. Het college heeft daarbij vastgesteld dat eiseres haar bezwaren ten aanzien van de tuin, de keuken, de traprenovatie, de wastafel en de leesbril heeft ingetrokken. Ten aanzien van de resterende voorzieningen heeft het college, onder verwijzing naar het advies van de bezwaarschriftencommissie, de afwijzing gehandhaafd. Het college legt daaraan opnieuw ten grondslag dat deze voorzieningen niet noodzakelijk zijn voor het maken van een nieuwe start.
Toetsingskader
4. Een onderdeel van de hersteloperatie toeslagen is de brede ondersteuning door gemeenten. De brede ondersteuning is bedoeld voor het maken van een nieuwe start voor (potentieel) gedupeerden, na de problemen die zijn ervaren als gevolg van het toeslagenschandaal. Het uitgangspunt is dat de betrokkene en zijn of haar gezin zo snel mogelijk en zo goed als mogelijk hun leven weer op de rit krijgen.
Op grond van artikel 2.21 van de Wht kan het college gedupeerden brede ondersteuning bieden op vijf leefgebieden: financiën, gezin, werk, wonen en zorg. Nadere regels hierover zijn opgenomen in de Regeling specifieke uitkering gemeentelijke hulp aan gedupeerden kinderopvangtoeslagproblematiek 2021 (Spuk). Daarin wordt geregeld waarvoor gemeenten middelen krijgen en hoe deze verantwoord moeten worden.
De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft uitgangspunten voor het bieden van brede ondersteuning en het opstellen van een plan van aanpak geformuleerd. Hierin staat onder meer dat de geboden ondersteuning maatwerk en van tijdelijke aard is, dat de ondersteuning gericht is op de toekomst en dat materiële verstrekkingen onderdeel zijn van de brede ondersteuning als de verstrekking noodzakelijk is voor het maken van een nieuwe start.
5. Bij het bepalen of brede ondersteuning wordt toegekend en, zo ja, in welke vorm dat gebeurt, heeft het college beleids- en beoordelingsruimte om een eigen afweging te maken. Binnen die ruimte is het aan het college om per geval te bekijken of brede ondersteuning passend is. De rechtbank moet de invulling hiervan dan ook terughoudend toetsen.
Heeft het college ten onrechte gesteld dat eiseres een deel van de bezwaren heeft ingetrokken?
6. Eiseres betwist de stelling van het college dat zij haar bezwaren ten aanzien van de vaatwasser, tuin en wastafel heeft ingetrokken.
De rechtbank stelt vast dat eiseres met haar aanvullende bezwaarschrift van 10 december 2025 aan het college heeft gemeld haar bezwaren ten aanzien van de voortuin, achtertuin en keuken niet langer te handhaven. Uit het aanvraagformulier blijkt dat de vaatwasser onderdeel is van de aangevraagde keukenrenovatie. Het college heeft dan ook terecht gesteld dat eiseres haar bezwaren tegen de afwijzing van de aanvraag voor de tuin en vaatwasser heeft ingetrokken. Over haar bezwaar ten aanzien van de wastafel heeft eiseres in het aanvullende bezwaarschrift vermeld dit niet langer te handhaven indien het college overgaat tot vergoeding van het vervangen en plaatsen van de wastafel. Het college is met het bestreden besluit alsnog overgegaan tot een toekenning van € 250,- voor de wastafel. Het college heeft er dan ook vanuit mogen gaan dat ook de wastafel niet langer tot de omvang van het geding behoort. De beroepsgrond slaagt niet.
Heeft het college voldoende onderzoek verricht?
7. Eiseres stelt zich tevens op het standpunt dat het college het zorgvuldigheidsbeginsel heeft geschonden. Zij voert in dat kader aan dat uit het bestreden besluit niet blijkt dat het college zorgvuldig en uitvoerig onderzoek heeft verricht naar de feiten en omstandigheden van eiseres, om tot een deugdelijke besluitvorming te komen.
Het college heeft naar aanleiding van de aanvraag, op grond van artikel 2.21, derde lid, van de Wht, een plan van aanpak opgesteld. Daarnaast heeft het college een bouwkundig onderzoek in en rond de woning van eiseres laten verrichten. Verder heeft het college in bezwaar een hoorzitting gehouden en vervolgens een heroverweging gemaakt, waarbij een aantal voorzieningen alsnog zijn toegekend. Dat het college onvoldoende onderzoek heeft verricht volgt de rechtbank daarom niet. De beroepsgrond slaagt niet.
Mocht het college de aanvraag van eiseres gedeeltelijk afwijzen?
8. Tussen partijen is in geschil of het college terecht de resterende verzochte voorzieningen heeft afgewezen. Het gaat daarbij over de toiletreparatie, het stucen en verven van de badkamer, een wasdroger, een mobiele telefoon, het vervangen van een carport dak, een vakantie voor eiseres en haar dochter en een auto. Eiseres stelt zich, kort samengevat, op het standpunt dat deze voorzieningen wel noodzakelijk zijn. Volgens eiseres heeft het college het bestreden besluit ook onvoldoende gemotiveerd. In het bestreden besluit ontbreekt namelijk een verwijzing naar de wettelijke grondslag waarop de beslissing is gebaseerd. Daarnaast zijn de door eiseres aangevoerde kostenposten afgewezen zonder enige motivering, gelet op wat eiseres heeft aangevoerd.
Toiletreparatie
Volgens eiseres is de toiletreparatie noodzakelijk omdat het eerdere vervangen van het spoelmechanisme het probleem niet heeft verholpen. De rechtbank overweegt dat het college erop heeft kunnen wijzen dat het spoelmechanisme is vervangen en dat eiseres, ondanks dat de gelegenheid daartoe wel is geboden, niet (met stukken) heeft onderbouwd dat deze reparatie het probleem niet heeft verholpen.
Stucen en verven badkamer
Over het stucen en verven van de badkamermuren stelt eiseres dat de noodzakelijkheid blijkt uit de omstandigheid dat de werkzaamheden reeds hebben plaatsgevonden en dat er sprake was van een feitelijk gebrek. De rechtbank overweegt dat het feit dat eiseres de badkamer heeft laten stucen en verven, nog niet maakt dat er sprake is van een noodzaak daartoe. Uit het bouwkundig onderzoek is gebleken dat geen sprake is van noodzakelijke herstelwerkzaamheden. Dat de badkamermuur een feitelijk gebrek bevatte, zoals eiseres stelt, en het noodzakelijk was om deze te stucen en verven heeft eiseres niet onderbouwd.
Wasdroger
Eiseres stelt dat een nieuwe wasdroger noodzakelijk is. Zij had een wasdroger, die kapot is gegaan en vervangen moet worden. Gelet op de omvang van haar huishouden, de beperkte woonruimte en haar fysieke beperkingen is een wasdroger een praktische en noodzakelijke voorziening. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college niet ten onrechte gesteld dat een wasdroger geen noodzakelijke basisvoorziening is, omdat er andere mogelijke voorzieningen zijn zoals een waslijn of rek. Eiseres woonde ten tijde van de aanvraag met haar meerderjarige dochter in een woning van ongeveer 113 m2. Dat de wasdroger vanwege de omvang van het huishouden en beperkte woonruimte noodzakelijk zou zijn, heeft het college dan ook niet hoeven volgen. Verder heeft het college kunnen stellen dat een medische noodzaak vanwege de fysieke beperkingen van eiseres niet is aangetoond.
Mobiele telefoon
Volgens eiseres is een mobiele telefoon een basisvoorziening die noodzakelijk is voor het dagelijks functioneren en maatschappelijke participatie. Het college stelt echter niet ten onrechte dat de kosten voor een mobiele telefoon tot de algemene kosten van bestaan behoren waarvoor eiseres zelf verantwoordelijk is. Niet is gebleken dat eiseres (door schulden) daar niet in kan voorzien. Daarnaast is het hebben van een mobiele telefoon niet te herleiden tot een doelstelling uit een van de vijf leefgebieden. Het college heeft de aanvraag dan ook mogen afwijzen.
Vervangen van carport dak
Het college heeft toegezegd dat een bedrag zal worden toegekend voor het verwijderen van de carport. Eiseres is in dat kader in de gelegenheid gesteld om daarvoor offertes aan te leveren. In het beroepschrift is eiseres voor de volledigheid opgekomen tegen dit onderdeel van het bestreden besluit, omdat er nog geen definitief en concreet besluit is genomen over de omvang en toekenning van de betreffende kosten. Tijdens de zitting heeft eiseres hierover verklaard dat als de carport wordt verwijderd, ook de voortuin moet worden hersteld en dat de uiteindelijke kosten hoger zijn dan de aangevraagde reparatie van het dak van de carport. De rechtbank overweegt dat het college heeft kunnen kiezen voor het vergoeden van de verwijdering van de carport. Het gaat om een oudere carport. Uit het bouwkundig onderzoek is gebleken dat zich lekkages voordoen en dat water op het dak van de carport blijft staan. Het is daarom noodzakelijk om het dak te vervangen of de carport te vervangen. Hierbij geldt dat het verwijderen van de carport de lekkages ook definitief verhelpt. Het college heeft het behouden van de carport als niet-noodzakelijk en het verwijderen van de carport als toekomstbestendig mogen beschouwen. Dat het de voorkeur van eiseres heeft om de carport te behouden, maakt niet dat het college gehouden is om de reparatie te vergoeden. Daarnaast heeft eiseres niet onderbouwd dat de kosten voor het verwijderen van de carport en de daarbij komende werkzaamheden hoger zijn dan de kosten voor de reparatie. Eiseres heeft geen offertes of andere informatie aangeleverd waaruit dit zou (kunnen) blijken.
Vakantie voor eiseres en haar dochter
Eiseres heeft in het kader van de brede ondersteuning op het leefgebied gezin verzocht om een vakantie van in totaal € 6.710,- voor haar en haar dochter. Zij stelt dat de vakantie voor haar en haar dochter moet worden gezien als een vorm van herstelgerichte ondersteuning. De vakantie is bedoeld als een retraite om de langdurige psychologische gevolgen van de toeslagenaffaire te verwerken, zodat zij beiden weer in staat zijn het dagelijks leven, de maatschappelijke participatie en het op orde brengen van de persoonlijke situatie op te pakken. De rechtbank overweegt als volgt. Het college heeft het belang van herstel erkend, maar heeft in dit kader niet ten onrechte gesteld dat de aangevraagde vakantie daar geen noodzakelijke voorziening voor is. Het is niet gebleken dat het doel niet op een andere, minder verstrekkende wijze kan worden behaald.
Auto
Verder heeft eiseres gesteld dat een auto ook noodzakelijk is voor het maken van een nieuwe start. Het college heeft dit niet ten onrechte niet gevolgd. Het college heeft in dat kader mogen wijzen op andere alternatieven zoals een vervoersvoorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo). Dat een dergelijke voorziening niet gelijk kan worden gesteld aan een auto, leidt niet tot een ander oordeel.
Motivering
Voor zover eiseres nog heeft gesteld dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd omdat een verwijzing naar de wettelijke grondslag daarin ontbreekt, volgt de rechtbank eiseres daarin niet. In het primaire besluit heeft het college al verwezen naar artikel 2.21 van de Wht en aangegeven dat de aanvraag aan de hand van dit artikel is beoordeeld. In het advies van de bezwaarschriftencommissie, waar het bestreden besluit naar verwijst en dat het college heeft overgenomen, is ook uitgebreid ingegaan op de kaders van de brede ondersteuning en de Wht. Van een motiveringsgebrek op dit punt is geen sprake. Het beroep slaagt niet.
Conclusie en gevolgen
9. Gelet op de voorgaande overwegingen heeft het college de aanvraag voor de toiletreparatie, het stucen en verven van de badkamer, een wasdroger, een mobiele telefoon, het vervangen van een carport dak, een vakantie voor eiseres en haar dochter en een auto kunnen afwijzen.
10. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. Spelt, rechter, in aanwezigheid van mr. N.J. Biswane, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 20 juli 2026.
|
griffier |
rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.