Bestuursrecht overig
Afwijzing aanvraag VOG. Verscherpt toetsingskader vanwege seksuele misdrijven. Beroep ongegrond.
Rechtbank Midden-Nederland, 21 juli 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:4963 · Rechtbank Midden-Nederland · 21 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2026-4963
Zaakgegevens
Op 21 juli 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 21 juli 2026
- Datum publicatie
- 30 juli 2026
- Zaaknummer
- UTR 25/4045
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2026:4963
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Afwijzing aanvraag VOG. Verscherpt toetsingskader vanwege seksuele misdrijven. Beroep ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/4045
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 juli 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
(gemachtigde: mr. A.L. de Gier).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van eisers aanvraag om een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG). Hij heeft deze aanvraag gedaan, zodat hij aan het werk kan als [functie] in de ouderenzorg. Eiser is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de staatssecretaris zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het belang van de samenleving bij bescherming tegen het risico voor de samenleving zwaarder weegt dan het belang van eiser bij het verstrekken van de VOG. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
3. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een VOG. De staatssecretaris heeft deze aanvraag met het besluit van 5 februari 2025 afgewezen. Met het bestreden besluit van 13 juni 2025 op het bezwaar van eiser is de staatssecretaris bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank heeft het beroep op 7 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van de staatssecretaris.
Beoordeling door de rechtbank
Totstandkoming van het besluit
4. Eiser heeft voor de uitoefening van de functie ‘ [functie] ’ bij Stichting [naam] een VOG-aanvraag ingediend, met screeningsprofiel ‘Gezondheidszorg en welzijn van mens en dier’. In deze functie zal eiser met oudere dementerende mensen werken, door ze te ondersteunen bij activiteiten voor een zinvolle dagbesteding. Dit houdt bijvoorbeeld in dat eiser ondersteunt bij het klaarmaken van de maaltijd, licht huishoudelijk werk doet, dagstructuur aanbrengt in het leven van de ouderen en helpt bij het wassen en aankleden. Voor deze functie is geen diploma vereist.
5. Bij de beoordeling van de aanvraag heeft de staatssecretaris de criteria toegepast die zijn neergelegd in de Beleidsregels VOG-NP-RP 2024 (de Beleidsregels). Daarin is bepaald dat als een aanvrager voorkomt in het Documentatie Systeem (JDS) de staatssecretaris aan de hand van een objectief en een subjectief criterium bekijkt of de afgifte van een VOG gerechtvaardigd is. Bij het objectieve criterium bekijkt de staatssecretaris of de justitiële gegevens, indien herhaald en gelet op het risico voor de samenleving, een belemmering vormen voor een behoorlijke uitoefening van de functie, taak of bezigheid waarvoor de VOG is aangevraagd.
6. De staatssecretaris heeft bij de beoordeling van de aanvraag de volgende in het JDS geregistreerde feiten betrokken:
- Op 18 april 2001 is eiser veroordeeld tot een leerstraf van 25 uren subsidiair 10 dagen jeugddetentie, wegens het plegen van feitelijke aanranding van de eerbaarheid
- Op 23 juli 2002 is eiser veroordeeld tot een voorwaardelijke jeugddetentie van 4 maanden met een proeftijd van 2 jaren, met bijzondere voorwaarden, wegens drie gevallen van ontucht met een wilsonbekwaam persoon, beschadiging van goederen en mishandeling
- Op 13 januari 2025 is eiser veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden met een proeftijd van 2 jaren en een taakstraf van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis, wegens het medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd, en voor het opzettelijk een geschrift afleveren of voorhanden hebben.
7. De staatssecretaris heeft op grond van de Beleidsregels in het kader van de beoordeling van het subjectieve criterium het verscherpte toetsingskader voor veroordelingen voor seksuele misdrijven toegepast. De staatssecretaris heeft er daarbij op gewezen dat eiser wil gaan werken met kwetsbare personen en dat eiser binnen 20 jaar twee keer is veroordeeld tot een leerstraf en tot voorwaardelijke jeugddetentie. Dit verscherpt toetsingskader betekent dat eiser alleen een VOG krijgt als de weigering van de aanvraag evident disproportioneel is. De staatssecretaris heeft daarbij ook naar de aard van de misdrijven gekeken. Het tijdsverloop sinds de veroordeling voor seksuele misdrijven maakt dit volgens de staatssecretaris niet anders, omdat het verscherpt toetsingskader juist geldt bij twee veroordelingen voor seksuele misdrijven binnen 20 jaar.
Wat betreft de veroordeling voor valsheid in geschrift weegt de staatssecretaris het risico voor de samenleving zwaarder dan de belangen van eiser. Eiser is namelijk veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden met een proeftijd van 2 jaren en een taakstraf van 240 uren. Dit is volgens de staatssecretaris geen lichte straf. Verder is het contact met justitie nog maar kort geleden en loopt eisers proeftijd nog tot en met 28 januari 2027. De staatssecretaris merkt daarbij op dat eerder contact met justitie, eiser er niet van heeft weerhouden om wederom met justitie in aanraking te komen. Bovendien is eiser veroordeeld wegens fraude in de zorg, terwijl hij de VOG aanvraagt voor een functie in de zorg. Eiser heeft zich schuldig gemaakt aan het valselijk opmaken van uittreksels van diverse mbo- en hbo-diploma's. Dit deed hij zowel op bestelling als voor zichzelf. Met gebruikmaking van deze documenten heeft hij ook daadwerkelijk in de zorg gewerkt en dus onbevoegd zorg willen verlenen aan kwetsbare personen. Hiermee heeft eiser de gezondheid van deze personen in gevaar gebracht, omdat hij als zorgverlener niet bevoegd en bekwaam was om een zorgfunctie uit te oefenen. Een diploma vervalsen is fraude en het gebruik ervan
is een zeer ernstig strafbaar feit.
Toetsingskader
8. De rechtbank stelt vast dat alleen in geschil is of het verscherpt toetsingskader op de juiste wijze is toegepast en of het subjectieve criterium tot het oordeel moet leiden dat aan eiser toch een VOG verstrekt moet worden.
9. In de Beleidsregels is dit criterium nader uitgewerkt. Daaruit volgt dat op grond van het subjectieve criterium kan worden geoordeeld dat het belang dat een aanvrager heeft bij het verstrekken van de VOG zwaarder weegt dan het belang van de samenleving bij bescherming tegen het door middel van het objectieve criterium vastgestelde risico voor de samenleving. In dat geval wordt de VOG afgegeven ondanks dat wordt voldaan aan het objectieve criterium. Voor de toepassing van het subjectieve criterium wordt onderscheid gemaakt tussen enerzijds het reguliere beoordelingskader en anderzijds een beoordelingskader in omstandigheden waarbij er beperkt ruimte is om op basis van het subjectieve criterium over te gaan tot afgifte van een VOG. Dat laatst is bijvoorbeeld aan de orde in geval van seksuele misdrijven in combinatie met een gezags- of afhankelijkheidsrelatie
10. Het subjectieve criterium ziet op omstandigheden van het geval die ertoe kunnen leiden dat de objectieve vaststelling van een risico voor de samenleving ten aanzien van deze aanvrager niet zou moeten leiden tot een weigering van de afgifte van de VOG. Omstandigheden van het geval die altijd bij de beoordeling worden betrokken zijn: de afdoening van de strafzaak, het tijdsverloop en de hoeveelheid antecedenten.
11. Het uitgangspunt bij het verscherpt toetsingskader is dat de aanvraag om een VOG in beginsel wordt afgewezen, tenzij de weigering van de VOG evident disproportioneel is. Dit wordt beoordeeld aan de hand van de omstandigheden van het geval.
Het standpunt van eiser
12. Eiser voert aan dat hij zich bewust is van een langere terugkijktermijn bij seksuele misdrijven, maar hij vindt dat de staatssecretaris desondanks onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn minderjarige leeftijd ten tijde van de veroordeling. Eiser heeft destijds netjes een traject afgerond via de Jeugdreclassering als straf voor zijn daden, tijdens een moeilijke jeugd. Hij heeft zich sindsdien niet meer strafbaar gemaakt aan zulk soort daden, wat volgens hem laat zien dat hij zijn leven heeft gebeterd. Bovendien heeft eiser in de periode van 2021 tot 15 mei 2024 diverse VOG’s verkregen voor het beoefenen van vergelijkbare functies. Ook dit laat zien dat hij zijn leven heeft gebeterd.
12. Verder wijst eiser er op dat hij zich inmiddels voor valsheid in geschrift heeft verantwoord voor de rechter en berouw heeft getoond. Hij heeft in de afgelopen jaren zijn passie voor de zorg ontdekt en ook zijn diploma behaald. Op de zitting heeft hij er op gewezen dat hij destijds aandacht had voor de risico’s van het verlenen van zorg zonder de benodigde diploma’s en bijvoorbeeld geen zorg verleende waar bijzondere kwalificaties voor nodig waren. Daarnaast merkt eiser op dat de strafrechter bij de veroordeling tot valsheid in geschrift heeft overwogen dat een voorwaardelijke gevangenisstraf, vanwege de waardevolle invulling die eiser aan zijn maatschappelijke leven geeft, niet wenselijk is en dat geen beroepsverbod is opgelegd.
14. Eiser wijst verder op zijn wens om als [functie] aan het werk te gaan, maar vooral in de wens om in bredere zin te kunnen werken in de zorg. Ook wenst hij graag een goed voorbeeld te kunnen geven aan zijn twee minderjarige kinderen. Eiser heeft zijn leven naar eigen zeggen namelijk compleet gekeerd vanaf 2023, door een mbo-diploma niveau 4 ‘Persoonlijk begeleider maatschappelijke zorg’ te behalen. Daarnaast volgt hij momenteel een hbo-opleiding ‘Social Work’. Eiser geeft aan dat hij helaas, maar juist, zijn passie voor de zorg heeft gevonden door het werk in de zorg zonder diploma. Ook geeft hij aan dat hij mede door zijn lastige verleden erg goed is in het bieden van jeugdhulp, omdat jongeren daardoor sneller iets van hem aannemen.
Het oordeel van de rechtbank
15. De rechtbank constateert dat eiser is veroordeeld voor seksuele misdrijven in 2001 ,tot 25 uur leerstraf, en in 2002, tot 4 maanden onvoorwaardelijke jeugddetentie. Uit het beleid omtrent het verscherpt toetsingskader volgt dat sprake kan zijn van evidente disproportionaliteit als er inmiddels geruime tijd is verstreken sinds de veroordeling en het geen ernstig feit betreft. Verder zal de minderjarige leeftijd altijd uitdrukkelijk moeten worden meegewogen, indien het zedendelict op minderjarige leeftijd is gepleegd. Daarnaast wordt ook gekeken naar de aard en zwaarte van het zedendelict, de hoogte van de opgelegde straf, de omstandigheden waaronder het zedendelict is begaan en de vraag in hoeverre het wenselijk is dat de aanvrager een mogelijkheid wordt ontnomen om de gewenste functie, taak of bezigheden te gaan vervullen. Ingebrachte stukken die een beeld geven van iemands ontwikkeling nadien, kunnen ook worden meegewogen.
16. Eiser was ten tijde van de veroordeling voor de seksuele misdrijven minderjarig, en op het moment van de aanvraag van een VOG was er ruim 20 jaar verstreken. Bovendien is aan eiser meerdere malen wél een VOG afgegeven in de periode van 2021 tot 15 mei 2024, terwijl de veroordelingen voor deze seksuele misdrijven toen ook kenbaar waren bij de staatssecretaris, maar kennelijk geen aanleiding zijn geweest om op basis van het verscherpt toetsingskader de VOG te weigeren. Deze omstandigheden heeft de staatssecretaris niet kenbaar bij de beoordeling betrokken en naar het oordeel van de rechtbank doet het belang dat de staatssecretaris hecht aan de in het JDS opgenomen seksuele misdrijven geen recht aan de genoemde omstandigheden en doet de staatssecretaris daarmee evenmin recht aan het eigen beleid.
17. Niettemin is de rechtbank van oordeel dat de staatssecretaris zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat het belang - om de samenleving te beschermen tegen de risico’s bij het verlenen van een VOG aan eiser – zwaarder weegt dan de belangen van eiser. Dit komt door de veroordeling voor valsheid in geschrift.
18. Naar het oordeel van de rechtbank is de functie waarvoor de VOG is aangevraagd, mede gelet op het screeningsprofiel ‘Gezondheidszorg en welzijn van mens en dier’ zoals vermeld in die aanvraag, in het bijzonder niet verenigbaar met de veroordeling van eiser voor valsheid in geschrift. Deze veroordeling houdt er immers mee verband dat eiser diploma’s in de zorg heeft vervalst. Eiser heeft zelf ook met een vervalst diploma in de zorg gewerkt en onbevoegd zorg willen verlenen aan kwetsbare mensen. Dat eiser als gevolg hiervan een passie voor de zorg heeft ontdekt en zich daar graag verder in wil ontwikkelen, laat onverlet dat eiser met zijn handelen de gezondheid van deze kwetsbare mensen in gevaar heeft gebracht. Dat eiser bewust geen hulp heeft verleend aan zorgbehoevende zonder kwalificaties, neemt ook niet weg dat de gebruikers van de door hem valselijk opgemaakte diploma’s dat misschien wel hebben gedaan. De veroordeling voor valsheid in geschrift hangt dan ook nauw samen met de functie waar eiser nu een VOG voor aanvraagt.
19. De rechtbank vindt verder van belang dat eiser in zijn functie toegang kan krijgen tot systemen waarin vertrouwelijke en gevoelige gegevens zijn opgeslagen, en kan daarbij de bevoegdheid hebben om deze gegevens te bewerken. Het risico bestaat dat oneigenlijk gebruik of onjuist gebruik wordt gemaakt van de in de systemen opgeslagen gegevens. De staatssecretaris heeft ook in eisers nadeel mogen meewegen dat er nog maar een korte tijd is verstreken sinds de veroordeling tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en dat de proeftijd bij deze veroordeling nog loopt tot en met 28 januari 2027. Bovendien is eiser veroordeeld tot een (on)voorwaardelijke gevangenisstraf en is dit de zwaarste straf die een strafrechter kan opleggen. De staatssecretaris mag daarom van eiser verlangen dat hij een langere tijd laat zien dat hij zijn leven heeft gebeterd, in ieder geval tot na de proeftijd.
19. Hetgeen eiser verder heeft aangevoerd leidt niet tot een ander oordeel. Dat aan eiser eerder wel VOG’s zijn verleend, komt doordat hij toen nog niet was veroordeeld voor valsheid in geschrift. Ook de verwijzing naar het strafvonnis baat eiser niet. Bij de verlening van een VOG gaat het namelijk om de afweging van het belang bij de bescherming van de samenleving enerzijds, en de belangen van eiser bij de afgifte van een VOG anderzijds. Dit is een ander toetsingskader dan die de strafrechter toepast bij de vraag over welke straf passend is.
21. De rechtbank begrijpt de impact die het niet verkrijgen van de VOG op eiser en zijn gewenste carrière in de zorg kan hebben. De staatssecretaris heeft tijdens de zitting in dit kader benoemd dat de belangenafweging na een langer tijdsverloop anders kan uitvallen. Maar naar het oordeel van de rechtbank heeft de staatssecretaris zich gelet op het voorgaande op het standpunt kunnen stellen dat het belang van de samenleving bij bescherming tegen het risico voor de samenleving op dit moment zwaarder weegt dan het belang van eiser bij het verstrekken van de VOG.
Conclusie en gevolgen
22. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Eiser heeft verder geen proceskosten gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Blok, rechter, in aanwezigheid van mr. K.L.H. Thomas, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 21 juli 2026.
|
griffier |
rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.