Bestuursrecht overig
Watersysteemheffing. Dubbel beroep, eiseres heeft twee keer beroep ingediend tegen de uitspraak op bezwaar…
Rechtbank Midden-Nederland, 27 juli 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:5232 · Rechtbank Midden-Nederland · 27 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2026-5232
Zaakgegevens
Op 27 juli 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 27 juli 2026
- Datum publicatie
- 7 augustus 2026
- Zaaknummer
- UTR 25/5560 t/m UTR 25/5571
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2026:5232
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Watersysteemheffing. Dubbel beroep, eiseres heeft twee keer beroep ingediend tegen de uitspraak op bezwaar. Niet-ontvankelijk.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummers: UTR 25/5560 t/m UTR 25/5571
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 juli 2026 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., uit [plaats] , eiseres,
(gemachtigde: mr. D.A.N. Bartels MRE)
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap [gemeente], verweerder
(gemachtigde: T. Jansen).
Procesverloop
In de beschikking van 30 april 2025 heeft de heffingsambtenaar ten aanzien van onderstaande onroerende zaken aan eiseres als eigenares van deze objecten voor belastingjaar 2025 een aanslag watersysteemheffing opgelegd.
|
Zaaknummer |
Object |
|
UTR 25/5560 |
[adres 1] in [plaats] |
|
UTR 25/5561 |
[adres 2] in [plaats] |
|
UTR 25/5562 |
[adres 3] in [plaats] |
|
UTR 25/5563 |
[adres 4] in [plaats] |
|
UTR 25/5564 |
[adres 5] in [plaats] |
|
UTR 25/5565 |
[adres 6] in [plaats] |
|
UTR 25/5566 |
[adres 7] in [plaats] |
|
UTR 25/5567 |
[adres 8] in [plaats] |
|
UTR 25/5568 |
[adres 9] in [plaats] |
|
UTR 25/5569 |
[adres 10] in [plaats] |
|
UTR 25/5570 |
[adres 11] in [plaats] |
|
UTR 25/5571 |
[adres 12] in [plaats] |
Eiseres is tegen de beschikking in bezwaar gegaan. In de uitspraak op bezwaar van
28 mei 2025 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen de uitspraak op bezwaar op 19 september 2025 beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is vervolgens behandeld op de zitting van 20 juli 2026. Gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de heffingsambtenaar hebben deelgenomen aan de zitting.
Overwegingen
2. De rechtbank stelt vast dat eiseres eerder op 9 september 2025 beroep heeft ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van 28 mei 2025 ((UTR 25/5449).
3. Eiseres voert aan dat de administratie het beroep twee maal heeft ingeboekt. Eiseres stelt het beroep niet twee keer te hebben ingediend.
4. De rechtbank overweegt als volgt. Eiser heeft op 9 september 2025, door de rechtbank ontvangen op 12 september 2025 beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van
28 mei 2025 (geregistreerd onder zaaknummer UTR 25/5449 ea). Vervolgens heeft eiseres op 19 september 2025, door de rechtbank ontvangen op 22 september 2025 nogmaals beroep ingesteld tegen dezelfde uitspraak op bezwaar (het onderhavige beroep (UTR 25/5560 e.a.). Gelet op de door (gemachtigde van) eiseres zelf aangebrachte data in beide beroepschriften, is het beroep tegen de uitspraak op bezwaar van 28 mei 2025 door eiseres twee maal ingediend.
5. Nu eiseres twee keer een beroep heeft ingesteld tegen dezelfde uitspraak op bezwaar en de rechtbank op het beroep met zaaknummer UTR 25/5449 ea reeds uitspraak heeft gedaan is het op 19 september 2025 ingestelde beroep niet-ontvankelijk.
Het verzoek om immateriële schadevergoeding
6. Eiseres heeft in haar beroepschrift verzocht om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. Nu eiseres in haar aanvullende gronden van 13 juli 2026 zelf aangeeft dat de redelijke termijn niet is overschreden, zal de rechtbank dit verzoek als ingetrokken beschouwen.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. Spee, rechter, in aanwezigheid van
P.W. Hogenbirk, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 27 juli 2026.
|
griffier |
rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.