Vreemdelingenrecht
Geen besluit, vovo niet-ontvankelijk.
Rechtbank Midden-Nederland, 11 april 2025
ECLI:NL:RBMNE:2025:1954 · Rechtbank Midden-Nederland · 11 april 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2025-1954
Zaakgegevens
Op 11 april 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 11 april 2025
- Datum publicatie
- 24 april 2025
- Zaaknummer
- UTR 24/1595
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2025:1954
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Geen besluit, vovo niet-ontvankelijk.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR / AWB 24/1595
uitspraak van voorzieningenrechter van 11 april 2025 in de zaak tussen
[verzoeker] , [plaats] , verzoeker,
en
VERWEERDER ONBEKEND.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het verzoek om een voorlopige voorziening dat verzoeker heeft ingediend op 5 februari 2024 tegen een besluit van een bestuursorgaan.
Overwegingen
1. De voorzieningenrechter nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Het verzoekschrift voldoet namelijk niet aan de wettelijke eisen, waardoor de voorzieningenrechter de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de voorzieningenrechter dat verder uit.
2. De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoeker geen gronden heeft ingediend ter onderbouwing van zijn verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening. Ook heeft verzoeker geen kopie van het bestreden besluit en het daartegen gerichte bezwaarschrift overgelegd.
3. De griffier heeft verzoeker op 26 augustus 2024 een e-mail gestuurd, waarin staat dat hij binnen twee weken deze gebreken kan herstellen. Verzoeker heeft hierop niet gereageerd.
4. Het verzoek zal niet inhoudelijk worden behandeld. en de voorzieningenrechter zal geen inhoudelijke uitspraak over het verzoek doen. Het verzoek is kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een vergoeding van de proceskosten is geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening
niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van S.N. Lekatompessij, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
11 april 2025.
De griffier is verhinderd voorzieningenrechter
om deze uitspraak te ondertekenen
Afschrift verzonden aan partijen op: