Strafrecht overig
De vordering van de officier van justitie strekt er toe dat de niet ten uitvoer gelegde gevangenisstraf van 6…
Rechtbank Midden-Nederland, 29 maart 2013
ECLI:NL:RBMNE:2013:2008 · Rechtbank Midden-Nederland · 29 maart 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbmne-2013-2008
Zaakgegevens
Op 29 maart 2013 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 29 maart 2013
- Datum publicatie
- 22 juni 2013
- Zaaknummer
- 16-600264-10
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2013:2008
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De vordering van de officier van justitie strekt er toe dat de niet ten uitvoer gelegde gevangenisstraf van 6 maanden alsnog zal worden ten uitvoer gelegd.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Afdeling Strafrecht
Zittingslocatie Utrecht
Parketnummer: 16/600264-10
Beslissing van de meervoudige strafkamer van 29 maart 2013 op het op de griffie van deze rechtbank ingediende bezwaarschrift d.d. 24 januari 2013 ex artikel 22g van het Wetboek van Strafrecht van:
[veroordeelde]
geboren te Sierra Leone/[geboorteplaats]op [1989],
thans gedetineerd in P.I. Flevoland, Huis van Bewaring Lelystad te Lelystad.
1 Inleiding
Op 1 juli 2010 is [veroordeelde] (hierna: veroordeelde) door de meervoudige kamer van de rechtbank te Utrecht veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Bij beslissing van 24 augustus 2012 heeft de rechtbank de vordering van de officier van justitie d.d. 7 mei 2012 ten dele toegewezen, voor een deel groot 4 maanden en dit deel omgezet in een werkstraf van 240 uren. De rechtbank heeft bevolen dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 dagen.
Het Openbaar Ministerie heeft op 10 januari 2013 de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis bevolen en hiervan aan de veroordeelde kennis gegeven.
2. De inhoud van het bezwaarschrift
Het bezwaarschrift richt zich tegen het door het Openbaar Ministerie gegeven bevel tot tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis en strekt tot ongedaanmaking daarvan.
3. De procesgang
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken in de zaak onder bovenvermeld parketnummer, waaronder:
-
voormeld vonnis;
-
voormelde beslissing;
-
een verslag van de Reclassering Nederland, d.d. 12 maart 2013, waarin het Openbaar Ministerie wordt geadviseerd de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis te bevelen ;
-
voormelde kennisgeving van het bevel tot tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis;
-
voormeld bezwaarschrift van veroordeelde.
De Rechtbank heeft op 15 maart 2013 ter openbare terechtzitting gehoord de officier van justitie en de veroordeelde en diens raadsman mr. P.G.M. Lodder, advocaat te Utrecht, alsmede N. Bastiaan en H. Winkeler, belast met het verlenen van hulp en steun aan de veroordeelde.
De raadsman van veroordeelde en veroordeelde hebben ter terechtzitting aangevoerd dat veroordeelde werkt als zzp-er. Hij is timmerman. In de periode dat hij de taakstraf moest uitvoeren was hij bezig met het verbouwen van een pand. Veroordeelde heeft voorrang gegeven aan deze opdracht. Hij heeft met deze opdracht € 200.000,- verdiend. Hij heeft al zijn schulden kunnen afbetalen. Veroordeelde heeft in mei van dit jaar nog een opdracht van dezelfde opdrachtgever.
Mw. N. Bastiaan heeft ter zitting het advies van de reclassering toegelicht. Zij heeft - kort gezegd - aangegeven dat de reclassering geen vertrouwen meer heeft in veroordeelde. De reclassering heeft veroordeelde veel kansen en mogelijkheden geboden om zijn werkstraf uit te voeren. Veroordeelde heeft zich nimmer aan de afspraken gehouden. De reclassering adviseert de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis.
De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd het bezwaarschrift ongegrond te verklaren. Veroordeelde heeft voldoende kansen gehad om de taakstraf uit te voeren. De reclassering heeft alles in het werk gesteld om veroordeelde de mogelijkheid te geven zijn taakstraf uit te voeren. De veroordeelde heeft er zelf voor gekozen om de taakstraf niet uit te voeren.
4. De beoordeling
De rechtbank constateert dat het bezwaarschrift tijdig door veroordeelde ter griffie van deze rechtbank is ingediend.
Op grond van de hierboven genoemde stukken en de behandeling ter openbare terechtzitting is de rechtbank van oordeel dat veroordeelde de opgelegde werkstraf niet heeft verricht. Veroordeelde heeft bij beslissing van 24 augustus 2012, waarbij een deel van de voorwaardelijke gevangenisstraf is omgezet in een werkstraf, een allerlaatste kans gekregen om uit de gevangenis te blijven. Veroordeelde heeft deze kans niet benut. De rechtbank heeft kennis genomen van het feit dat veroordeelde op een positieve manier probeert zijn toekomst op te bouwen, maar acht het belangrijk dat veroordeelde tevens afrekent met zijn verleden. De rechtbank is daarom van oordeel dat, gelet op de lakse en gemakzuchtige houding van veroordeelde ten opzichte van het niet nakomen van gemaakte afspraken en de vele inspanningen van de reclassering om er voor te zorgen dat veroordeelde zijn afspraken wel na zou komen, de vervangende hechtenis ten uitvoer moet worden gelegd.
Het bezwaarschrift dient dan ook ongegrond te worden verklaard.
5 Beslissing
De rechtbank verklaart het bezwaarschrift ongegrond, zodat het bevel tot tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis kan worden uitgevoerd.
Deze beslissing is genomen door mr. I.M. Vanwersch, voorzitter, mrs. E.A.A. van Kalveen en P.G.W. de Beer, rechters in tegenwoordigheid van drs. E.M.S. Arduin, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 maart 2013.