Strafrecht overig
Tul jeugddetentie wegens niet nakomen bijzondere voorwaarden. Veroordeelde voortvluchtig.
Rechtbank Midden-Nederland, 19 maart 2013
ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ5595 · Rechtbank Midden-Nederland · 19 maart 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbmne-2013-bz5595
Zaakgegevens
Op 19 maart 2013 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 19 maart 2013
- Datum publicatie
- 8 april 2013
- Zaaknummer
- 16/652840-12.
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ5595
Samenvatting
Tul jeugddetentie wegens niet nakomen bijzondere voorwaarden. Veroordeelde voortvluchtig.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Afdeling Strafrecht
Zittingslocatie Utrecht
Parketnummer: 16/652840-12
Beslissing van de meervoudige strafkamer van 19 maart 2013 op de vordering van de officier van justitie in het arrondissement Utrecht d.d. 23 januari 2013, en de mondeling ter zitting gedane vordering, betreffende een onherroepelijk geworden vonnis d.d. 16 oktober 2012 in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren op [1995] te [geboorteplaats],
ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres
[woonplaats], [adres],
doch feitelijk zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.
Bij voormeld vonnis is [verdachte] (hierna: veroordeelde) veroordeeld tot onder andere jeugddetentie voor de duur van 120 dagen met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, met bevel dat een gedeelte van die straf groot 70 dagen niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van de daarbij op twee jaar vastgestelde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, dan wel niet heeft nageleefd de bij dat vonnis gestelde bijzondere voorwaarden dat veroordeelde zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens het Bureau Jeugdzorg Utrecht, afdeling jeugdreclassering (maatregel Hulp en Steun), en dat veroordeelde gedurende de eerste zes maanden van de proeftijd ITB Plus zal volgen.
1. De inhoud van de vordering
De vordering van de officier van justitie strekt er toe dat die niet ten uitvoer gelegde straf alsnog zal worden ten uitvoer gelegd.
2. De procesgang
De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken in de zaak met bovenvermeld parketnummer, waaronder:
-voormeld vonnis;
-een geschrift waaruit blijkt dat de mededeling als bedoeld in artikel 366a van het Wetboek van Strafvordering aan de veroordeelde per post is toegezonden;
-een terugmeldingsbrief van Bureau Jeugdzorg te Utrecht d.d. 11 januari 2013, waaruit blijkt dat veroordeelde voor de jeugdzorg niet bereikbaar is, volgens zijn ouders is weggelopen en zich in Duitsland bevindt en zich daardoor niet begeleidbaar opstelt;
-een brief van de Raad voor de Kinderbescherming d.d. 22 januari 2013 waarin zij akkoord gaat met de terugmelding;
-voormelde vordering.
De rechtbank heeft geconstateerd dat de veroordeelde, hoewel op een voor de wet juiste wijze opgeroepen, niet is verschenen.
De rechtbank heeft op 5 maart 2013 in besloten zitting gehoord de officier van justitie en de – niet gemachtigde – raadsman van veroordeelde mr. H.J. Veen, advocaat te Utrecht, alsmede A. Öksüz namens Bureau Jeugdzorg, belast met het verlenen van hulp en steun aan de veroordeelde en de ouders van veroordeelde.
De officier van justitie heeft ter zitting gepersisteerd bij haar vordering. De veroordeelde heeft er, volgens de officier, zelf voor gekozen om zich niet aan de hem gestelde voorwaarden te houden en het land uit te vluchten.
De officier van justitie heeft ter zitting tevens gevorderd dat de voorwaardelijke werkstraf van 20 uur, subsidiair 10 dagen hechtenis, opgelegd bij vonnis van de kinderrechter te Utrecht d.d. 16 september 2011 onder parketnummer 16/511706-11 en waarvan de rechtbank bij het hiervoor genoemde vonnis van 16 oktober 2012 de tenuitvoerlegging heeft gelast zal worden omgezet in jeugddetentie.
3. De beoordeling
3.1 Ten aanzien van de jeugddetentie
Gebleken is dat de veroordeelde vóór het einde van de proeftijd genoemde bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd. Gelet op artikel 77dd van het Wetboek van Strafrecht acht de rechtbank daarom termen aanwezig de gevorderde tenuitvoerlegging te gelasten.
Veroordeelde wist dat hij in het kader van de maatregel Hulp en Steun zich moest houden aan de aanwijzingen van de reclassering en dat hij gedurende de eerste zes maanden van zijn proeftijd ITB Plus moest volgen. Door zijn onbereikbaarheid onttrekt hij zich aan de hem als voorwaarde opgelegde begeleiding door de jeugdreclassering en voorts is er geen enkel aanknopingspunt waaruit zou kunnen blijken dat veroordeelde voornemens is om zich alsnog aan de hem gestelde voorwaarden te houden.
De rechtbank zal dan ook gelasten dat de niet ten uitvoer gelegde straf van 70 dagen jeugddetentie zal worden ten uitvoer gelegd.
3.2 Ten aanzien van de werkstraf
De wet biedt de officier van justitie geen mogelijkheden om ter terechtzitting de omzetting van een taakstraf naar jeugddetentie te vorderen. De officier van justitie is zelf bevoegd om een taakstraf om te zetten naar jeugddetentie. Tegen die beslissing staat bezwaar open.
De rechtbank zal de officier van justitie dan ook niet-ontvankelijk verklaren in dit deel van haar vordering.
4. Beslissing
De rechtbank gelast dat de niet ten uitvoer gelegde straf, te weten een jeugddetentie van 70 dagen, alsnog zal worden ten uitvoer gelegd.
De rechtbank verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in het overige gedeelte van haar vordering.
Deze beslissing is genomen door:
mr. M.J. Veldhuijzen, voorzitter tevens kinderrechter,
mrs. L.M.G. de Weerd en T. Reichardt, rechters,
in tegenwoordigheid van drs. E.M.S. Arduin, griffier
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 19 maart 2013.
Mr. T. Reichardt is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.