Strafrecht overig
Wrakingszaak. Verzoeker is niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek omdat er geen sprake is van een…
ECLI:NL:RBMNE:2024:24 · Rechtbank Midden-Nederland · 4 januari 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/strafrecht/strafrecht-overig/wraking/ecli-nl-rbmne-2024-24
Zaakgegevens
Op 4 januari 2024 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 4 januari 2024
- Datum publicatie
- 4 januari 2024
- Zaaknummer
- 567904 / HA RK 23-245
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- WrakingWrakingEen partij vraagt om een rechter van de zaak te halen, omdat zij twijfelt aan diens onpartijdigheid.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2024:24
Samenvatting
Wrakingszaak. Verzoeker is niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek omdat er geen sprake is van een gemotiveerd wrakingsverzoek. Verzoeker heeft geen feiten of omstandigheden naar voren gebracht waardoor volgens hem de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
Uitspraak
Inhoudsopgave
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]Beslissing
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
WRAKINGSKAMER
Locatie: Utrecht
Zaaknummer/rekestnummer: 567904 / HA RK 23-245
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van
4 januari 2024
op het verzoek in de zin van artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering (verder: Sv) van:
[verzoeker] ,
verblijvende in het [verblijfplaats] ,
(hierna: verzoeker).
1 De procedure
Verzoeker heeft tijdens de terechtzitting van de meervoudige strafkamer op
21 december 2023 een verzoek tot wraking ingediend van de rechtbank in de procedure met parketnummer 16.093401.23.
De uitspraak is bepaald op vandaag.
2 De beoordeling
Artikel 512 Sv bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van de verdachte of het openbaar ministerie kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Hieruit volgt dat een wrakingsverzoek slechts kan worden ingediend tegen rechters die de zaak behandelen.
Omdat verzoeker zijn wrakingsverzoek heeft gericht tegen (de rechters van) de rechtbank, zonder te motiveren waarom er sprake zou zijn van gegronde vrees voor (de schijn van) partijdigheid van de rechter(s), is naar het oordeel van de wrakingskamer geen sprake van een gemotiveerd wrakingsverzoek in de zin van de wet. Verzoeker heeft geen feiten of omstandigheden naar voren gebracht waardoor volgens hem de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, zal de wrakingskamer verzoeker niet-ontvankelijk verklaren in het wrakingsverzoek.
Vanwege deze niet-ontvankelijkheid kan, overeenkomstig het bepaalde in artikel 4 van het wrakingsprotocol van deze rechtbank, een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek achterwege blijven.
3 De beslissing
De wrakingskamer:
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek;
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing te sturen aan verzoeker, de rechters waartegen het wrakingsverzoek is gericht en de president van deze rechtbank;
bepaalt dat de procedure van verzoeker met parketnummer 16.093401.23 moet worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek.
Deze beslissing is gegeven door mr. N.M. Spelt, voorzitter, en mr. A.C. van den Boogaard en mr. S.M. Schothorst als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. E.F.Q. van Dooren, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 4 januari 2024.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.