Bestuursrecht overig
Voorlopige voorziening. Last onder dwangsom. Omdat verweerder de begunstigingstermijn heeft opgeschort totdat…
Rechtbank Noord-Holland, 4 april 2023
ECLI:NL:RBNHO:2023:7467 · Rechtbank Noord-Holland · 4 april 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbnho-2023-7467
Zaakgegevens
Op 4 april 2023 heeft de Rechtbank Noord-Holland in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 4 april 2023
- Datum publicatie
- 1 augustus 2023
- Zaaknummer
- HAA 23_2066
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2023:7467
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Voorlopige voorziening. Last onder dwangsom. Omdat verweerder de begunstigingstermijn heeft opgeschort totdat op bezwaar is beslist, is van een spoedeisend belang bij de gevraagde voorlopige voorziening geen sprake. Afwijzing verzoek.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 23/2066
uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 april 2023 in de zaak tussen
[verzoeker] uit [plaats], verzoeker
(gemachtigde: mr. L.A.H.M. Creemers),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Edam-Volendam, verweerder
(gemachtigde: D. Poelkamp).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorlopige voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen het besluit van 2 maart 2023. Bij dit besluit is verzoeker gelast om binnen zes weken na dagtekening van dit besluit zijn snackkar iedere avond een uur na sluitingstijd verwijderd te hebben van de parkeerplaats en een uur voor sluitingstijd pas weer te situeren op de parkeerplaats. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit bezwaar gemaakt.
2. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
3. Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
4. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als “onverwijlde spoed” dat vereist.
5. Verweerder heeft bij e-mailbericht van 20 maart 2023, verduidelijkt bij e-mailbericht van 28 maart 2023, verklaard dat de aan het bestreden besluit verbonden begunstigingstermijn wordt opgeschort totdat op het bezwaar is beslist. Onder die omstandigheid is bij de gevraagde voorlopige voorziening geen enkel spoedeisend belang meer.
6. Verzoeker heeft – desgevraagd – aangegeven dat hij het verzoek om voorlopige voorziening niet intrekt omdat de opbrengst uit zijn snackkar zijn enige inkomstenbron betreft waardoor hij als gevolg van het bestreden besluit in zijn bestaan wordt bedreigd. Omdat door de mededeling van verweerder tot aan de beslissing op bezwaar van een onomkeerbare situatie geen sprake is, leidt dit niet tot een ander oordeel.
Conclusie en gevolgen
7. Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dus af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Janse van Mantgem, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P.C. van der Vlugt, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 4 april 2023.
|
griffier |
voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: