Civiel recht overig

Herstelvonnis. Onjuiste partijnamen in het dictum.

Rechtbank Noord-Holland, 26 april 2023

Zaakgegevens

Op 26 april 2023 heeft de Rechtbank Noord-Holland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Haarlem
Datum uitspraak
26 april 2023
Datum publicatie
28 april 2023
Zaaknummer
C/15/331565 / HA ZA 22-541 (herstelvonnis)
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2023:3901
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Herstelvonnis. Onjuiste partijnamen in het dictum.

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

Zittingsplaats Haarlem

zaaknummer / rolnummer: C/15/331565 / HA ZA 22-541

Herstelvonnis van 26 april 2023

in de zaak van

[eiser], TEVENS H.O.D.N. HMS ELEKTROTECHNIEK,

wonende te [woonplaats],

eiser,

advocaat mr. D.D.M.C. Nolet te Alkmaar,

tegen

[gedaagde], TEVENS H.O.D.N. TOTAL HOUSING SERVICES,

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. H.A. van Beilen te Leeuwarden.

Partijen zullen hierna HMS en [gedaagde] genoemd worden.

1 Het verzoek tot verbetering

1.1.

Bij e-mail van 7 april 2023 heeft mr. Nolet namens HMS de rechtbank verzocht om verbetering van het op 5 april 2023 in deze zaak gewezen vonnis, in die zin dat onder de beslissing in conventie onder punt 6.2. staat dat HMS de buitengerechtelijke incassokosten aan [gedaagde] dient te voldoen, terwijl [gedaagde] deze kosten aan HMS dient te voldoen.

1.2.

Bij e-mail van 13 april 2023 heeft mr. Van Beilen namens [gedaagde] aan de rechtbank bericht dat hoewel cliënte het met de overweging onder punt 5.52. niet eens is, zij wel kan vaststellen dat de beslissing onder punt 6.3. een kennelijke fout is gelet op deze overweging onder punt 5.52.

2 De beoordeling

2.1.

De rechtbank is van oordeel dat in het vonnis van 5 april 2023 sprake is van een kennelijke fout, die zich voor eenvoudig herstel leent. De rechtbank zal het verzoek dan ook toewijzen als volgt.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

bepaalt dat randnummer 6.2. van het op 5 april 2023 tussen HMS en [gedaagde] gewezen vonnis, waar staat

“veroordeelt HMS om aan [gedaagde] te betalen een bedrag van € 1.120,27 aan buitengerechtelijke incassokosten,”

wordt gewijzigd in

“veroordeelt [gedaagde] om aan HMS te betalen een bedrag van € 1.120,27 aan buitengerechtelijke incassokosten,”

3.2.

bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 26 april 2023 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 5 april 2023,

3.3.

gelast elk van partijen, voor zover zij dit niet reeds hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van het vonnis van 5 april 2023 na ontvangst van dit herstelvonnis aan de griffie van de rechtbank te retourneren.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk en in het openbaar uitgesproken op 26 april 2023.

Conc.: 1589.