Personen- en familierecht

Verzoekers willen opheffing van het bewind zodat zij het geld van betrokkene kunnen schenken. De…

Rechtbank Noord-Holland, 27 februari 2024

Zaakgegevens

Op 27 februari 2024 heeft de Rechtbank Noord-Holland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Alkmaar
Datum uitspraak
27 februari 2024
Datum publicatie
27 februari 2024
Zaaknummer
10865913 BM VERZ 24-21
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2024:2007
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzoekers willen opheffing van het bewind zodat zij het geld van betrokkene kunnen schenken. De kantonrechter heeft het verzoek afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknummer: 10865913 BM VERZ 24-21 KL

Uitspraakdatum: 27 februari 2024

Beschikking van de kantonrechter

Op verzoek van:

[verzoeker 1] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1957,

en

[verzoeker 2] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1953,

van wie beiden het adres bekend is bij deze rechtbank,

hierna ook te noemen: verzoekers,

in het bewind van:

[betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,

van wie het adres bekend is bij deze rechtbank,

hierna ook te noemen: betrokkene

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

- het verzoek met bijlagen, ter griffie ingekomen op 13 december 2023.

Op 6 februari 2024 heeft een mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden.

beoordeling

Het verzoek strekt tot opheffing van het bij beschikking van 5 januari 2009 ingestelde bewind over de goederen die aan betrokkene (zullen) toebehoren. Verzoekers hebben verklaard dat betrokkene een flink vermogen heeft opgebouwd. Zij heeft meer geld dan zij nodig heeft. Verzoekers hebben de wens om een deel van het vermogen van betrokkene te schenken aan de broers van betrokkene. Tijdens het bewind is het niet toegestaan om geld te schenken. Zij vragen dan ook om opheffing van het bewind.

De kantonrechter kan het bewind opheffen indien de noodzaak daartoe niet meer bestaat of voortzetting van het bewind niet zinvol is gebleken. De kantonrechter is van oordeel dat dat niet is gebleken. Betrokkene heeft het syndroom van Down en is onvoldoende in staat haar financiële belangen naar behoren zelfstandig te behartigen. Ook vindt de kantonrechter het niet in het belang van betrokkene als een deel van haar vermogen weggegeven zou worden. De kantonrechter is van oordeel dat het bewind ervoor zorgt dat de financiële belangen van betrokkene naar behoren worden beschermd. De kantonrechter zal het bewind dan ook niet opheffen.

beslissing

De kantonrechter wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter