Personen- en familierecht

Ontbinding geregistreerd partnerschap en opname ouderschapsplan en convenant.

Rechtbank Noord-Holland, 3 mei 2024

Zaakgegevens

Op 3 mei 2024 heeft de Rechtbank Noord-Holland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Haarlem
Datum uitspraak
3 mei 2024
Datum publicatie
31 mei 2024
Zaaknummer
C/15/342237 / FA RK 23-3466
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2024:5379
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Ontbinding geregistreerd partnerschap en opname ouderschapsplan en convenant.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd

locatie Haarlem

zaaknummer / rekestnummer: C/15/342237 / FA RK 23-3466 en C/15/348136 / FA RK 24-205

Beschikking van 3 mei 2024 betreffende de ontbinding van het geregistreerd partnerschap

in de zaak van:

[de vrouw] ,

wonende te [plaats] ,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat mr. C.J. Avis, gevestigd te Hoofddorp,

tegen

[de man] ,

wonende te [plaats] ,

hierna te noemen: de man,

advocaat mr. A.S. Bodha, gevestigd te Amsterdam.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift, met bijlagen, van de vrouw, ingekomen op 14 juli 2023;

- het verweerschrift, tevens zelfstandig verzoek, met bijlagen, van de man, ingekomen op 4 oktober 2023;

- het F-formulier, met bijlagen, van de advocaat van de vrouw van 18 december 2023;

- het F-formulier, met bijlagen, van de advocaat van de vrouw van 21 december 2023;

- het F-formulier van de advocaat van de man van 12 januari 2024.

2 De beoordeling

Partijen zijn een geregistreerd partnerschap aangegaan op [datum] te [plaats] .

Het minderjarige kind van partijen is [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] .

Partijen verzoeken ontbinding van het geregistreerd partnerschap. Zij stellen dat het geregistreerd partnerschap duurzaam is ontwricht.

Tussen partijen staat vast dat het geregistreerd partnerschap duurzaam is ontwricht. Het verzoek tot ontbinding van het geregistreerd partnerschap is dan ook toewijsbaar.

Partijen hebben onderling een regeling getroffen die is vermeld in het aan deze beschikking gehechte convenant en ouderschapsplan. De rechtbank zal, conform het verzoek, bepalen dat het convenant en ouderschapsplan deel uitmaken van deze beschikking.

De vrouw heeft haar overige verzoeken ingetrokken. De rechtbank beschouwt de overige verzoeken van de man ook als ingetrokken. Hierop behoeft daarom niet meer te worden beslist.

3 De beslissing

De rechtbank:

3.1.

spreekt uit de ontbinding van het geregistreerd partnerschap van partijen, aangegaan te [plaats] op [datum] ;

3.2.

bepaalt dat het aangehechte en door partijen op [datum] ondertekende convenant en het aangehechte en door partijen op [datum] ondertekende ouderschapsplan deel uitmaken van deze beschikking.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.C.M. Swinkels, rechter, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. J. Leertouwer op 3 mei 2024.

Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden en overeenkomstig artikel 820 lid 2 Rv openlijk bekend is gemaakt.