Personen- en familierecht
voorlopige ondertoezichtstelling en spoedmachtiging gesloten jeugdhulp
Rechtbank Noord-Holland, 22 oktober 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:14521 · Rechtbank Noord-Holland · 22 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/personen-en-familierecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbnho-2026-14521
Zaakgegevens
Op 22 oktober 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Alkmaar
- Datum uitspraak
- 22 oktober 2026
- Datum publicatie
- 23 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/15/383548
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2026:14521
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
voorlopige ondertoezichtstelling en spoedmachtiging gesloten jeugdhulp
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Alkmaar
Zaaknummer: C/15/383548 / JU RK 26-1606
Datum uitspraak: 22 oktober 2026
Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling en een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming te Haarlem,
hierna te noemen de Raad,
over
[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] , [land] ,
hierna te noemen [de minderjarige] ,
advocaat mr. B. Bos uit Hoorn.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [plaats] .
De kinderrechter merkt als informant aan:
de gecertificeerde instelling Stichting De Jeugd- & Gezinsbeschermers, hierna te noemen de GI.
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
-
het mondelinge verzoek van de Raad op 22 oktober 2026;
-
de schriftelijke bevestiging van het verzoek van de Raad met bijlagen, ontvangen op 23 oktober 2026.
2 De feiten
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
Sinds 2 oktober 2026 verblijft [de minderjarige] vrijwillig bij [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] ( [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] ).
Op 22 oktober 2026 is door de gedragswetenschapper een instemmingsverklaring afgegeven op basis van dossieronderzoek.
3 Het verzoek
De Raad verzoekt [de minderjarige] voorlopig onder toezicht te stellen voor de duur van drie maanden. Ook verzoekt de Raad een spoedmachtiging te verlenen om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken. De Raad verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen
De Raad verzoekt daarnaast om aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te verlenen voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling.
De gedragswetenschapper heeft op 22 oktober 2026 een instemmingsverklaring afgegeven op basis van dossieronderzoek.
4 De beoordeling
De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen. Er zijn zorgen over de veiligheid van [de minderjarige] . [de minderjarige] is een veertienjarig meisje die in 2015 met haar gezin vanuit [land] naar Nederland gevlucht. Het gezin kent een lange geschiedenis van huiselijk geweld. Waar vader eerst de dader was van het geweld, is het gezin na de scheiding van de ouders verder gegaan met het patroon van geweld wat zij van jongs af aan hebben gekend. Sinds 2 oktober 2062 verblijft [de minderjarige] op vrijwillige basis bij [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] in verband met het aanhoudend huiselijk geweld dat zich regelmatig richtte op het gedrag van [de minderjarige] en het onttrekken door [de minderjarige] aan het gezag van de moeder. Ook daar blijven de zorgen over [de minderjarige] echter groot. Ze pleegt diefstallen (drank), ontwricht de groep door andere groepsleden op te stoken, accepteert geen gezag, weigert naar school te gaan en blijft vaak tot diep in de nacht weg. [de minderjarige] heeft contact met oudere jongens die haar voorzien van alcohol en drugs.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een voorlopige ondertoezichtstelling is voldaan. Er is een ernstig vermoeden dat de ontwikkeling van [de minderjarige] acuut en ernstig wordt bedreigd. De voorlopige ondertoezichtstelling is noodzakelijk om die bedreiging weg te nemen.
Daarnaast is de kinderrechter van oordeel dat onmiddellijke verlening van jeugdhulp noodzakelijk is. De kinderrechter heeft een ernstig vermoeden dat er ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen zijn die de ontwikkeling van [de minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten instelling noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [de minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen.
De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [de minderjarige] . Daarom stelt de kinderrechter [de minderjarige] voorlopig onder toezicht voor de duur van drie maanden. Ook machtigt de kinderrechter de GI om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken. De kinderrechter gaat er daarbij vanuit dat [de minderjarige] zo snel mogelijk na plaatsing in persoon zal worden gezien door de gedragsdeskundige.
De Raad, [de minderjarige] , haar advocaat en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
5 De beslissing
De kinderrechter:
stelt [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] , [land] , voorlopig onder toezicht van Stichting De Jeugd- & Gezinsbeschermers met ingang van 22 oktober 2026 tot 22 januari 2027;
verleent een spoedmachtiging om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 22 oktober 2026 tot 19 november 2026;
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan;
roept de Raad, de GI, de vader, de moeder en [de minderjarige] en haar advocaat op voor de zitting van mr. P.E. van der Veen op [datum] bij locatie [locatie] , te [plaats] ;
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting.
|
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 oktober 2026 door mr. W.C. Oosterbroek, kinderrechter, in aanwezigheid van L.I. Fernandes Paredes als griffier, en op schrift gesteld op 23 oktober 2026. |
||
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de machtiging tot uithuisplaatsing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de voorlopige ondertoezichtstelling staat geen hoger beroep open.